Wad

De slik- en zandplaten ten zuiden van het eiland vormen het wad. Tweemaal per etmaal staan ze droog en tweemaal per etmaal overstroomt de vloed ze. Het opkomend water voert zand, slib en ander drijvend en zwevend materiaal mee vanuit de Noordzee. Doordat een deel van dit materiaal bij afgaand water in de Waddenzee achterblijft, worden de platen groter en hoger.

Voedselrijk

De Waddenzee is rijk aan voedsel voor garnalen, krabben en allerlei vissoorten. Veel Noordzeevissen brengen er hun jeugd door. De zeehond spreekt van de diersoorten in de Waddenzee het meest tot de verbeelding. Bij laag water kun je ze soms vanaf de veerboot op het wad zien rusten.
Opvallender zijn de talloze vogels. Ook zij zijn voor hun voedsel afhankelijk van wat wad en Waddenzee bieden: wadpieren, schelpdieren, garnalen, krabben, vis. Iedere vogelsoort verzamelt voedsel op zijn eigen wijze. Eidereenden duiken schelpdieren en krabben van de bodem op. Sterns vliegen boven het water en duiken als ze een visje zien. Bergeenden vangen slakjes in de bovenste sliklaag met een maaiende beweging van hun snavel. Scholeksters en wulpen steken hun snavel in de bodem, op zoek naar wadpieren of schelpdieren.

Bedreigingen

Tegenwoordig komen er ook stoffen in de Waddenzee voor die, zeker in hoge concentraties, zeer schadelijk zijn. Ze worden in de grote rivieren geloosd en belanden via de kuststroom in de Waddenzee. Een van de gevolgen is een sterke groei van bepaalde alg- en wiersoorten, die het natuurlijk evenwicht verstoort. Dat doet ook te intensieve kokkel- en mosselvisserij. Dit alles met het gevolg dat veel dieren in de Noordzee en Waddenzee sterven.

Het wad blijft mensen betoveren, met zijn altijd bewegende water, zijn steeds wisselende luchten, kleuren en stemmingen, zijn geuren en geluiden, vogels en schepen, en over alles heen zijn overweldigende weidsheid.