Een lepelaaravontuur in Portugal en Spanje

In februari 2019 gingen we twaalf dagen naar Portugal en Spanje om te proberen de zenders van vijf lepelaars van Schiermonnikoog uit te lezen. De zenders die ze op hun rug hebben zijn zogenaamde UvA-bits-loggers. Deze loggers slaan iedere tien minuten een GPS-positie op. Op de zender zit een zonnepaneeltje dat een batterijtje in de zender laadt. Je kunt de gegevens van de zender alleen uitlezen met een antenne die binnen 300 meter van de zender staat. De zender geeft ook iedere dag twee sms’jes via het GSM-netwerk. Daardoor wisten we dat er vier jongen, die in 2018 zijn gezenderd op Schiermonnikoog, in Portugal zaten, vrij dicht bij elkaar: twee bij Lissabon en twee bij Aveiro. Ook moest er een lepelaar van drie jaar oud bij Merida, net over de Spaanse grens, verblijven.

Beginnersgeluk in Spanje

Als eerste reden we naar Merida, naar de Embalse de Mojito, waar de sms’jes vandaan kwamen. Op Google Earth zag het er zo gemakkelijk uit. Er leken allemaal kleine weggetjes te lopen naar de plek waar de lepelaar zou moeten zitten, bij een stuwdam. Daar aangekomen bleek een van de wegen een spoorlijn te zijn en was het alleen mogelijk om vanaf één oever bij de rivier te komen. Gelukkig kwamen Spaanse collega’s ons de eerste dag helpen om de weg te vinden en te overleggen met de boeren, zodat we over hun land dichtbij de rivier konden komen. Aangekomen bij de rivier bleek dat die bijna droogstond en overal liepen mensen in gele hesjes. Een gekke plek voor mensen in gele hesjes zou je denken. Maar deze mensen probeerden de rivier te ontdoen van een exotische waterplant, de Zuid-Amerikaanse waterhyacint. Ze waren wel met zo’n vijftig man/vrouw bezig. En laat nou precies onze Schiermonnikoog lepelaar daar overwinteren.

Toen we door onze telescoop keken, zagen we twaalf lepelaars staan op een zandplaat in de rivier, waarvan één een klein zwart dingetje op z’n rug had: de Schier-vogel. We zetten de antenne op, en binnen vijf minuten hoorden we een bleepje op onze laptop die met de antenne verbonden was. De data kwamen binnenstromen. Dat duurde zo’n vijf uur en je kunt je voorstellen hoe blij we waren dat het zo snel lukte, ook al waren we verkleumd. Het bleek beginnersgeluk.

 

De volgende ochtend gingen we direct terug naar die plek, maar de gele hesjes waren inmiddels langs beide oevers aan het harken en een graafmachine reed af en aan. De lepelaars waren nergens te vinden. Ook de dag daarna was er geen spoor van de vogel en ontvingen we geen sms’jes meer. Omdat we maar twaalf dagen hadden en geen sms’jes kregen besloten we naar Portugal te rijden om daar de vier jongen te gaan zoeken. Het werd ons ook duidelijk hoe ernstig de woekering van de Zuid-Amerikaanse waterhyacint is. Het kost miljoenen om er vanaf te komen.

Een trekroute gedownload

De volgende dag zochten we bij Lissabon naar een lepelaar die, langs de Taag, al dagen in een grote vijver werd gemeld. Met hulp van een Spaanse collega, die daar aan overwinterende grutto’s werkt, gingen we op zoek. Niemand vond het een probleem dat wij via boerenland op zoek gingen naar de lepelaar. De lepelaar stond inderdaad in de vijver waaruit hij al dagen sms’jes zond. Hij stond met vijf andere lepelaars te rusten. Sluipend langs kleine dijkjes van oude visvijvers konden we vlakbij komen en de antenne neerzetten. Opnieuw klonk het bleepje binnen vijf minuten. De lepelaar bleef de hele middag in de vijver. We konden zijn hele trekroute vanaf het Lauwersmeer in september tot en met de overwintering bij Lissabon downloaden. Het had de hele middag geregend en het was hartstikke koud voor Portugese begrippen maar dat deerde niet, wij zaten droog in een niet afgebouwd huisje vlakbij de vijver en zagen de data binnenstromen.

Grote groepen lepelaars en grutto’s

Tijd om naar de volgende lepelaar te gaan, ongeveer twee uur rijden richting Lissabon. Daar moest een jonge lepelaar in de rijstvelden zitten. En dat klopte! Er stonden driehonderd lepelaars op een kluitje in een onderwater gezet rijstveld, samen met, jawel, 30.000 grutto’s. En weer hadden we geluk: we zagen de lepelaar met zender niet, maar bij het aanzetten van de laptop kregen we direct contact. Ook konden we met de telescoop heel veel gekleurde ringen aflezen. Onze lepelaar stond tussen lepelaars uit Nederland, Duitsland, Denemarken en Spanje. Helaas vlogen de lepelaars na een half uurtje op, samen met de grutto’s die geplaagd werden door een slechtvalk. Ooit een groep van 30.000 grutto’s in de lucht gezien? We kwamen er die dag niet meer bij.

De volgende dag zaten ze weer op dezelfde plek en weer dichtbij genoeg om het signaal op te vangen. Helaas schrokken de vogels nu van een fotograaf die op de dam aan de andere kant van het rijstveld liep. Ze vlogen ver weg. We vonden uiteindelijk een groep van negenhonderd lepelaars op het wad in de Taag. Maar ze waren te ver weg om contact te krijgen met de zender. Ook hier hadden we beginnersgeluk gehad want het lukte ons die dag niet meer lepelaars te vinden in de rijstvelden. Ook kwamen er alweer geen sms’jes binnen. Later ontdekten we dat het GSM-netwerk wel goed is, maar niet in afgelegen gebieden in de Taag of in de rijstvelden. En een deel van de tijd brachten de lepelaars dus door op het wad. 

Tussen de visvijvers

Voor de laatste twee jongen moesten we naar het noorden, naar Aveiro. Daar kwamen de sms’jes van één lepelaar van een eilandje in het getijdengebied van Aveiro en de andere uit vis-en oestervijvers. Op aanraden van onze Portugese collega’s moesten we alle bordje ‘geen toegang’ negeren en naar de visvijvers gaan. Daar aangekomen vormden vier blaffende honden een klein obstakel. Gelukkig stopte er net een wit bestelwagentje. Toen we uitlegden wat we wilden doen, zei de bestuurder dat we gewoon door konden rijden en dat de honden geen kwaad deden.

 

Een van de twee lepelaars stond samen met zeven anderen op een dijkje tussen de visvijvers, waar hij de laatste weken volgens de sms’jes was. We zetten de antenne op, en ontvingen het signaal. Wat een teleurstelling toen dezelfde aardige man met z’n witte autootje over de kleine dijkjes een sluisje moest bedienen. De man was zich van geen kwaad bewust, maar de lepelaars vlogen op en landden een eindje verder. Hemelsbreed niet ver, maar het gebied was in een soort compartimenten verdeeld met grote geulen waardoor je niet gemakkelijk van de ene kant naar de ander kant kan komen. We vonden de lepelaars uiteindelijk, maar ze vlogen weer op. We besloten de antenne en laptop op te zetten vlakbij de eerste plek en ons terug te trekken. En ze kwamen terug!

 

Aan het einde van de dag haalden we de laptop en antenne op. We ontdekten dat we maar twee dagen data binnen hadden gekregen. Een groep van twaalf lepelaars, inclusies onze vogel, bleek te foerageren in een vijver iets verderop. Wat een pech. De dag daarop lukte het ons gelukkig op dezelfde plek met twee antennes een maand aan gegevens binnen te halen.

Onbereikbare lepelaar

De tweede jonge Schierse lepelaar zat al twee weken op een eilandje waar we zonder boot niet bij konden komen. Het zou ons teveel tijd kosten om een boot te zoeken en we hadden dan meer antennes nodig. De jonge lepelaars hadden duidelijk hun vaste plekken waar ze de hele winter bleven. De eerste twee jongen bij Lissabon zaten maar een paar kilometer van elkaar vandaan, maar ze kwamen nooit bij elkaar in de buurt. De ene hing rond in dezelfde visvijver en leek te foerageren in de vijver en op het wad, samen met andere jonge en volwassen lepelaars. De twee bij Aveiro hadden ook hun eigen plekken. De een zat altijd op een eilandje en de andere zat meestal in de visvijvers op een paar vaste plekken. Omdat we niet op het eilandje zijn geweest weten we niet met hoeveel lepelaars ze daar zaten.

 

We zijn benieuwd wat de jongen nu doen, nu de meeste volwassen lepelaars op de terugweg zijn naar het noorden of al in de broedgebieden zijn aangekomen. Gaan ze het nu redden zonder al die ervaren volwassen vogels erbij?

 

Petra de Goeij, Rijksuniversiteit Groningen en Werkgroep Lepelaar