Lage duintjes bij de Balg kraamkamer voor bedreigde strandbroeders

Sinds 1998 inventariseert Sovon in opdracht van Natuurmonumenten jaarlijks de broedvogels van het oostelijk deel van de Oosterkwelder. Dat duindoorns en vlieren de afgelopen 24 jaar flink zijn  toegenomen, is terug te zien in de broedvogelbevolking. De zangvogels doen het er al jaren goed en daarin was 2022 geen uitzondering. Dit geldt voor vogels van riet en ruigte (blauwborst, rietzanger), laag struweel (roodborsttapuit, nachtegaal) en sinds kort ook voor soorten van hoog struweel (merel, groenling, koolmees).

 

Voor echte kweldervogels is het beeld wat minder rooskleurig. Voor het derde jaar achter elkaar broedden er geen velduilen op de kwelder. Zorgelijk is ook dat de wulpenstand achteruit blijft gaan. Omdat dit in vrijwel heel West-Europa gebeurt is de soort inmiddels op de internationale Rode Lijst terecht gekomen. Daarentegen beleefde de veldleeuwerik een topjaar. Dat is opmerkelijk want deze op de grond broedende zangvogel gaat in de rest van Nederland sterk achteruit.

 

Voor het project Wij&Wadvogels heeft Sovon dit jaar ook de Westerplas geïnventariseerd. Hierdoor hebben we nu een ‘nulmeting’ en kunnen we zien of en zo ja hoe na de ingrepen voor het project de broedvogelstand verandert. Dat de bomen rondom de plas inmiddels veel broedende lepelaars en aalscholvers herbergen zal inmiddels bij velen bekend zijn. Er broedden dit jaar 89 lepelaar- en 169 aalscholverpaartjes. Rondom de plas vond Sovon vijftig verschillende broedvogelsoorten, waaronder zes soorten eenden, bruine kiekendief, waterral en sprinkhaanzanger. Ook hier zijn echter bos- en struweelvogels sterk in de meerderheid. Winterkoning en fitis horen rond de Westerplas tot de talrijkste soorten.

 

Met behulp van onderzoekers, vrijwilligers en boswachters heeft Romke Kleefstra van Sovon voor koloniebroeders en een aantal zeldzame soorten een overzicht gemaakt voor het hele eiland. De kleine mantelmeeuw is nog steeds de talrijkste soort met 7116 paartjes. Dat is iets minder dan vorig jaar. De zilvermeeuwenstand was echter veel lager dan in 2021: 2037 paar in 2022 tegen 3218 het jaar ervoor. Lepelaars blijven het goed doen. De kwelderkolonies en de kolonie bij de Westerplas waren samen goed voor ruim 315 nesten.

 

Misschien wel de meest opmerkelijke broedvogelontwikkeling deed zich echter voor op de Balg. In de lage duintjes huisden afgelopen voorjaar ineens verschillende sterk bedreigde strandbroeders. In totaal broedden er 9 paar strandplevieren, 3 paar bontbekplevieren, 12 paar dwergsterns en 1 paar noordse sterns. Deze op de grond broedende vogels met nauwelijks opvallende nesten zijn erg gevoelig voor verstoring. Om ervoor te zorgen dat de broedsels slaagden, plaatste Natuurmonumenten dit voorjaar tijdelijke borden.

 

Download hier het volledige rapport