Evaluatierapport begrazing vastgesteld

In de vergadering van 16 november jl. heeft het overlegorgaan het rapport Evaluatie begrazing Schiermonnikoog 2015-2019 vastgesteld. In het najaar 2015 heeft Natuurmonumenten 7 Sayaguesa-runderen naar Schiermonnikoog gehaald om de duinen tussen bunker Wassermann, het Groene Glop, de Prins Bernhardweg en Johannes de Jongpad te begrazen. In het voorjaar 2017 zijn ook 6 Exmoorpony’s losgelaten in dit gebied. Zoals destijds afgesproken in het overlegorgaan van het Nationaal Park is na drie jaar het effect van deze begrazing met Sayaguesa’s en Exmoors geëvalueerd. Op 6 oktober hebben Natuurmonumenten en Provincie Fryslân de uitkomsten van de evaluatie in de vorm van een veldexcursie gepresenteerd. Tijdens de wandeling kwamen alle aspecten van de evaluatie aan de orde.

Waarom zet Natuurmonumenten grote grazers in?

De afgelopen decennia zijn grote delen van het duingebied op Schiermonnikoog dichtgegroeid met bomen en struiken. Dieren en planten die afhankelijk zijn van een open duinlandschap zoals tapuit, grote parelmoervlinder en rozenkransje zijn inmiddels verdwenen of erg zeldzaam geworden. Sinds begin jaren ’90 probeert Natuurmonumenten daarom op verschillende plekken het open duingebied te herstellen door houtige gewassen te kappen. Om deze gebieden vervolgens open te houden zijn halverwege de jaren ’90 Soayschapen als grazers ingezet. Voor het open houden van het duingebied werkte de schapenbegrazing goed, maar omdat schapen de grasmat erg kort hielden profiteerden bloeiende kruidachtige planten nauwelijks van het beheer. Om meer structuur te krijgen in de vegetatie heeft het nationaal Park in 2015 besloten om het grootste deel van de (toen ruim 200) Soayschapen te vervangen door runderen en paarden.

 

Na 3 jaar begrazing met Sayaguesa-runderen en Exmoorpony’s kunnen we concluderen dat dat een positief effect heeft op de variatie aan planten en insecten binnen het begrazingsgebied. Er is meer biodiversiteit. Het aantal boompjes en struiken is afgenomen en kenmerkende duinplanten zijn teruggekeerd, of toegenomen.  Het gehele begrazingsgebied blijkt goed te worden bezocht door de dieren. Zowel de runderen als de paarden houden zich verreweg het meest op in het Groenglop waar het gras aantrekkelijker is dan in de duinen. In het herfst en winter zoeken de dieren beschutting in het bos van de Kooiduinen en langs de Reddingsweg. Maar de runderen komen ook nog relatief veel in het droge open duingebied langs de Prins Bernardweg. Daar doen ze zich tegoed aan jonge berken, vlieren, Amerikaanse vogelkers en meidoorns. Ten opzichte van het publiek gedragen de dieren zich rustig; ze gaan niet op mensen af. En het feit dat de koeien tochtig en drachtig worden en vervolgens gezonde kalveren krijgen geeft aan dat het ook met de gezondheid van de kudde wel goed zit.