Blog: gemengde gevoelens

Vandaag een blog van onze collega Nathan. Nathan woont aan de wal maar is gewoonlijk elke week wel een paar dagen op het eiland. Lees hier hoe hij deze vreemde tijd beleeft:

 

Gemengde gevoelens

Bijna zeven weken ben ik niet op het eiland geweest. En dat in een periode waarin ik normaal gesproken minstens evenveel tijd op het eiland zou doorbrengen als aan de wal.

 

Donderdag 12 maart mailde ik ’s ochtends nog met de organisatie van het Jong Talent Festival over de sterrenwandeling van de komende zondag. Die middag kwam het bericht dat het festival was afgelast, inclusief alle flankerende activiteiten. Het bleek het begin van een reeks annuleringen en sluitingen, van de opmars van skypen, zoomen en facetimen, en van een periode waarin voor velen de alarmerende toon van veel nieuwsberichten in schril contrast staat met de min of meer gedwongen eenvormigheid van de dagen.

 

Maar nu ben ik weer thuis. Dit keer echter wel met gemengde gevoelens.

 

Op de boot is de helft van de tafeltjes afgeplakt met een vervaarlijk ogend kruis: hier niet gaan zitten! Het buffet is gesloten: geen gevulde koek, geen geur van soep en patat, geen gerammel van kopjes en dienbladen.

 

Als enige richting dorp fietsend langs de wadkant van de dijk zie ik hoe scholeksters, steenlopers en tapuiten zich de basaltblokken langs het fietspad hebben toegeëigend. Menselijke passanten zijn ze duidelijk niet meer gewend. De jachthaven is leeg; twee eenzame bootjes liggen voor anker in het gedeelte waar we normaal gesproken de ene wadexcursie na de andere zouden geven.

 

Rechts van de Reeweg een groepje late brandganzen en een groot protestbord tegen een plan van de gemeente ‒ ook in coronatijden leidt de plaatselijke politiek tot controverse. Het dorp maakt een desolate indruk, alsof het geen meivakantie is, maar eind november. Alle cafés zijn gesloten en het centrum is uitgestorven. 

 

Die avond loop ik van paal 5 naar paal 7 en terug over het strand zonder iemand tegen te komen. Mooi, zo veel ruimte voor jezelf, maar ook enigszins onheilspellend. Al lijken de kleine mantelmeeuwen, aalscholvers en drieteenstrandlopers daar minder last van te hebben.

 

Onwillekeurig schieten me herinneringen te binnen aan jutterstochten met allerhande schoolgroepen. Het enthousiasme van de kinderen als ze een mooie schelp of een krabbenpoot hebben gevonden. De aantrekkingskracht van de zee. Het bezwijken van de papieren tasjes onder het gewicht van drieënhalve oorkwal.

 

Het is goed om weer op het eiland te zijn, maar het doet me ook meer dan de afgelopen weken beseffen hoe uitzonderlijk deze periode is, en wat ik mis.

 

Nathan