Beleef de vogeltrek

De Oost-Atlantische trekroute

De belangrijkste trekroutes concentreren zich langs de kusten van de continenten. Eén van die ‘hoofdsnelwegen’ voor vogels, loopt langs de westkust van Europa en Afrika, de Oost-Atlantische trekroute. Deze loopt van Oost-Canada en Siberië in het uiterste noorden, tot aan het zuidelijkste puntje van Afrika. Naar schatting maken jaarlijks ruim 90 miljoen vogels gebruik van deze route.

Zoals je op deze afbeelding kunt zien, ligt onze dichtbevolkte delta precies op een belangrijk knooppunt op de Oost-Atlantische trekroute. Jaarlijks komen hier tientallen miljoenen vogels langs. Het gaat daarbij om ruim 300 verschillende soorten. Deze strategische ligging van Nederland zorgt ervoor dat we een zeer vogelrijk land zijn. Maar dat levert ook een grote verantwoordelijkheid op om al deze vogels een veilig onderdak te bieden.

(Klik op de afbeelding om hem te vergroten)

Bijtanken

Soorten komen hier broeden, overwinteren of uitrusten en bijtanken tijdens hun vaak lange, vermoeiende en gevaarlijke reizen van noord naar zuid. En weer terug. Zouden ze in ons land niet op een groot aantal plaatsen een veilige en voedselrijke rustplaats kunnen vinden, dan zouden de meeste vogels hun reis niet overleven. Zonder veilige rustplaatsen, (bij)tankstations en voldoende brandstof zou de reis onmogelijk worden. Dat geldt natuurlijk ook voor cruciale locaties in andere landen. Op de hele trekroute moeten voldoende veilige en voedselrijke tankstations zijn. De hele route is zo sterk als de zwakste schakel; internationale samenwerking is hierbij van essentieel belang.

Reizen vol gevaren

De vaak lange reizen zijn niet zonder gevaar. Roofdieren, slecht weer, de jacht, hoogspanningskabels en dergelijke eisen jaarlijks hun tol. Maar ook open zee, woestijnen en hoge bergen vormen uitdagende obstakels om te overwinnen of te omzeilen. Zo mijden heel veel soorten grote open wateren en zoeken ze de smalste zee-engten op om over te steken. Op deze plaatsen is de vogeltrek dan ook, mits je op het juiste moment aanwezig bent, het spectaculairst. Beroemde ‘hot spots’ zijn bijvoorbeeld de Straat van Gibraltar in Zuid-Spanje, de Bosporus in Turkije en dichter bij huis Falsterbo in het uiterste zuiden van Zweden. 

Ook de Sahara kan voor soorten, die in midden en zuidelijke Afrika overwinteren, een dodelijk obstakel vormen. Vooral als het weer omslaat en zandstormen de regio teisteren kan dit tot veel slachtoffers leiden.

Magistraal en mysterieus richtingsgevoel 

Het sublieme richtingsgevoel van trekvogels fascineert de mens al decennialang. Zo is door ringonderzoek bijvoorbeeld aangetoond dat een boerenzwaluw, die hier in Nederland in een boerenschuur gebroed heeft en bij Kaapstad, Zuid-Afrika overwinterde, het volgende broedseizoen feilloos de weg terugvond naar dezelfde boerenschuur.

Hoewel we nog lang niet alles weten over dit fenomeen, is wel duidelijk dat vogels van verschillende instrumenten gebruik maken. Dit kan overigens per soort verschillen. Veel soorten oriënteren zich met behulp van een ingebouwd kompas, de stand van de zon, maan en sterren. Ook zijn er sterke aanwijzingen dat soorten een kaart aanmaken in hun brein, waarop ze zich kunnen oriënteren. De kustlijn en grote rivieren en wateren vormen daarin vaak belangrijke bakens. 

Lange afstandstrekkers

Met name insectenetende vogels trekken vaak over grote afstanden. In de zomer vinden zij in Noord-Europa heel veel verschillende soorten insecten, maar in de winter zijn die er bijna niet. Een mooi voorbeeld zijn zwaluwen. In de zomer vangen zij hier vliegend volop insecten, maar in de winter moeten zij, bij gebrek aan vliegende insecten, uitwijken naar zuidelijker oorden. Zo overwinteren ‘onze’ boerenzwaluwen tot in Zuid-Afrika. Dit geldt min of meer ook voor vele soorten steltlopers. Ook zij zijn dol op insecten, aangevuld met wormen en kreeftachtigen. Ook dat voedsel is er in de wintermaanden maar weinig in Noordwest Europa.

 

Kampioen lange afstandstrekker is de noordse stern. Deze soort broedt tot boven de poolcirkel (maar broedt ook in Nederland) en overwintert rond Antarctica. Dit is dan ook waarschijnlijk het dier dat het meeste daglicht in zijn leven ziet.

Het andere uiterste wordt gevormd door korte afstandstrekkers, zoals bijvoorbeeld de roodborst. Deze soort verhuist in de winter bijvoorbeeld van Denemarken naar Nederland en vindt de Nederlandse winters mild genoeg om te overleven. De roodborst in je tuin is in de winter zeer waarschijnlijk een andere vogel dan de roodborst die je in de zomer zag!

 

Copyright illustratie Erik van Ommen