Kwelder

De kwelders van Schiermonnikoog liggen aan de wadkant van het eiland. Kwelders ontstaan door 'verlanding' van de wadbodem. Slikplaten worden steeds hoger doordat er slib op achterblijft dat door de vloed werd meegevoerd. Er gaan algen en kwelderplanten op groeien die ook weer slib vasthouden.
Diepe slenken doorsnijden het kweldergebied. Zij voeren het zee- en regenwater van de kwelder af. De kwelder kent een overgang van zout naar zoet. Op de dagelijks door zeewater overspoelde delen van de kwelder groeien zoutminnende pionierplanten als zeekraal en slijkgras. De hogere delen van de kwelder overstromen alleen bij hoge vloed. Daar groeien planten als lamsoor, zeealsem en Engels gras.
De grote Oosterkwelder is grotendeels na 1850 ontstaan. De Banckspolder is een voorbeeld van een voormalige kwelder. Door de aanleg van de zeedijk is dit gebied zoet geworden en geschikt voor landbouw. Op de plaats van de Westerplas lag tot 1964 de Westerkwelder. In 1964 zijn om deze kwelder heen zanddijken aangelegd. Sinds die tijd ontstaat tussen de jachthaven en het Rif een kleine nieuwe kwelder, het Aanwas.