Lepelaaronderzoek in Afrika 

Overgenomen uit De Dorpsbode van 15 juli 2002.

Als lepelaar-onderzoeker bestudeer ik al vanaf 1982 lepelaars. Eerst uitsluitend in het Nederlandse Waddengebied maar dat is de laatste jaren uitgegroeid naar het gehele leefgebied van de Nederlandse lepelaars, vooral naar de overwinteringsgebieden in Westelijk Afrika, Mauritanie en Senegal.  Lepelaars broeden tegenwoordig vooral in het Waddengebied en ze verblijven daar van maart tot september. Omdat een lepelaar afhankelijk is van voedsel uit het water en omdat in de Waddenzee het water eenvoudig bevriest, moet de lepelaar een beslissing nemen, wegtrekken naar plaatsen waar het niet vriest of het risico maar nemen en hier blijven.

Ongeveer 99% van de lepelaars trekt weg en 80% overwintert ook in westelijk Afrika. De overigen verblijven gedurende de winter elders in de trekbaan, tussen Nederland en Afrika, bijvoorbeeld in zuid-Spanje of in Marokko.
In Afrika verblijven de Nederlandse lepelaars in een gebied dat twee keer zo groot is al geheel Nederland, 700 kilometer kustgebied en wad-achtige zee. Gedurende de afgelopen 6 jaren (winters) zijn de lepelaars in dat gebied geteld en de belangrijkste gebieden zijn in kaart gebracht. Dit werk was nieuw en is dus nog niet eerder uitgevoerd.
 Nu bekend is waar de Nederlandse lepelaars verblijven en welke gebieden cruciaal zijn voor hun overleving, is een begin gemaakt aan een betere bescherming van deze gebieden. Er zijn namelijk behoorlijke bedreigingen voor de lepelaars in Afrika.
Zo is kortgeleden een begin gemaakt met het opstellen van een soort Beheers- en Inrichtingsplan voor het Nationaal Park de Banc d'Arguin in Mauritanië. Dat was er nog niet of sterk verouderd. Vanuit Nederland wordt er de aanwezige kennis gebruikt om delen van het plan op te stellen.

Het lepelaaronderzoek heeft ook bij de beheerders ter plaatse de kennis sterk verhoogd. Men wist wel dat er in de winter meer lepelaars in hun gebied aanwezig waren dan in de zomer maar hoe dat kwam was onbekend. Het blijkt dus om de Nederlandse broedvogels te gaan, die daar alleen maar overwinteren. Overigens verblijven de jonge lepelaars, die in Nederland geboren zijn, de eerste drie a vier jaar van hun leven in Afrika. Pas dan komen ze als broedrijp dier terug naar hun geboortegrond om er zelf te broeden.

Jaarlijks werd er behoorlijke sterfte aan lepelaars en andere watervogels waargenomen. Men vond veel dode dieren in de gebieden. Men tastte volledig in het duister wat de oorzaak van deze sterfte was. Uiteindelijk is aan Nederland verzocht deze onverklaarbare sterfte onder lepelaars, aalscholvers, sterns en meeuwen nader te onderzoeken. Daarom is in mei en juni Afrika weer bezocht door een expeditie Nederlanders en Fransen om de sterfte in omvang en oorzaak te onderzoeken.

Samen met veterinair pathologen van de Universiteit van Utrecht en de universiteit van Toulouse (F) zijn de broedgebieden opgezocht en van gevonden dode dieren zijn monsters afgenomen. Ook van zeewater, zand, zeegras, vissen en schelpdieren zijn monsters naar Nederland gehaald om hier nader in het laboratorium te worden onderzocht. Mogelijk kan zo de doodsoorzaak van de watervogels achterhaald worden. Pas als de oorzaak bekend is, kan er een plan voor maatregelen worden bedacht.  Met al deze activiteiten in Afrika kunnen de broedvogels van Schiermonnikoog geholpen zijn.
De jonge lepelaars, die op Schiermonnikoog geboren zijn, komen al in de loop van november in Afrika aan. Ze zijn dan ongeveer 6 maanden oud. De reis naar Afrika maken de jonge dieren geheel zelfstandig want familierelaties vallen na het broedseizoen uiteen. De vliegreis duurt ongeveer twee maanden en is globaal 4500 kilometer. Slechts 20-25% van de op Schiermonnikoog geboren lepelaars haalt de Afrikaanse wetlands. De rest sterft onderweg. Dat lage percentage is echter voldoende om de populatie uiteindelijk op peil te houden. Wel dienen we met dit lage overlevingspercentage uiterst voorzichtig te zijn en beschermen waar we kunnen.

De onderzoeken in Afrika zijn geen snoepreisjes van mijn werkgever. Ik neem verlof op als ik naar Afrika ga en de financiering van de expedities gaat via fondsen buiten Natuurmonumenten om, bijvoorbeeld via het African-Eurasian Waterbird Agreement (conventie van Bonn) of via Wetlands International in Dakar.

Otto Overdijk
beheerder Waddengebied voor de Vereniging Natuurmonumenten

imprimer