Kleine grazers op Schiermonnikoog

Er bevinden zich op de kwelders van Schiermonnikoog 2 typen kleine grazers. Aan de ene kant de ganzen (Rot- en Brandgans), en aan de andere kant de lagomorfen (haas en konijn).
In het najaar en voorjaar zitten er grote aantallen ganzen op het eiland die op doortrek zijn van en naar hun broedgebieden in Siberië. In het voorjaar zitten er tussen de 2000 en 4000 Rotganzen, en 3000 tot 8000 Brandganzen. Eind mei zijn bijna alle ganzen weer vertrokken van Schiermonnikoog naar het noorden om daar te gaan broeden.

Hazen en konijnen zijn het gehele jaar op de kwelders te vinden. Elk jaar in de herfst wordt het aantal hazen op de Oosterkwelder van Schiermonnikoog geteld. Na het stoppen van de jacht op hazen op de kwelder in 1994 waren er 295. De jaren hierna is het aantal ongeveer verdubbeld en bevindt zich vrij constant tussen de 400 en 500 hazen. Hoeveel konijnen er op de kwelder rondlopen is niet bekend, maar ze zijn vooral te vinden in de buurt van de duinen, rond hun holen.

Op de kwelder van Schiermonnikoog staan op verschillende plekken exclosures. Dit zijn vierkante stukken met een hekje eromheen waar geen ganzen of hazen in kunnen komen. Op vaste punten in deze exclosures worden al sinds 1993 opnames van de vegetatie gemaakt. Er zijn in de loop der jaren grote veranderingen opgetreden in de vegetatie. Deze veranderingen noemen we successie. Met de exclosures kan het effect dat hazen en ganzen hebben op de vegetatieontwikkeling onderzocht worden.

Dit is een foto van een exclosure vanuit de lucht genomen. Binnen de rechthoek kunnen geen ganzen en hazen komen. Direct links hiervan is een vierkant te zien waar wel hazen maar geen ganzen kunnen komen. In het gebied buiten de exclosure zitten zowel hazen als ganzen. Pas als de hazen worden buitengesloten verandert de vegetatie!
(vlieger-foto van Jaap de Vlas) 

Uit onderzoek aan deze exclosures blijkt dat ganzen, alhoewel ze met duizenden op het eiland zitten, nauwelijks een effect op de vegetatie lijken te hebben. Op plekken die door ganzen begraasd worden en plekken waar al jaren geen ganzen kunnen komen groeien dezelfde plantensoorten, met dezelfde bedekking. Het kleine aantal hazen heeft wel een groot effect op de vegetatie. Op plekken waar geen hazen grazen, groeien na 6 jaar hele ander planten dan op plekken waar wel hazen grazen. Op onbegraasde plekken groeien veel meer hoge plantensoorten, zoals Strandkweek, Zeealsem en Zoutmelde. Hazen eten in de winter deze plantensoorten en zorgen ervoor dat kleine planten zoals Rood Zwenkgras, Lamsoors en Engels gras niet overwoekerd worden door deze harde groeiers. Hazen houden met hun graasgedrag de kwelder jong, en voorkomen dat de kwelder overwoekerd wordt door hoge planten.

Hieruit blijkt dat Schiermonnikoog er waarschijnlijk heel anders zou uitzien als er nooit hazen waren geweest. Hazen zorgen voor meer variatie in de hoogte van de vegetatie en voor een grotere variatie aan plantensoorten, ze zijn in staat de vegetatie successie af te remmen. De hazen zijn echter niet in staat deze variatie in stand te houden. Als de kwelder ouder wordt en de kleilaag dikker, zullen uiteindelijk de hoge planten het gaan winnen. De kwelder wordt dan steeds minder aantrekkelijk voor hazen en ganzen. Als de kwelder ongeveer 100 jaar oud is wordt de vegetatie gedomineerd door één soort, Strandkweek. In deze vegetatie komen nauwelijks ganzen en hazen meer voor.
De kwelder zal zich uiteindelijk dus gaan ontwikkelen tot een homogene Strandkweek vegetatie zonder herbivoren. Maar deze situatie is niet onomkeerbaar. Als deze Strandkweek vegetatie door koeien begraasd wordt krijg je weer een kortere vegetatie waarin een grote variatie aan planten kan groeien. Op deze plekken zijn de hazen en ganzen ook weer te vinden. Dus met behulp van een grote grazer wordt het proces weer teruggezet en krijg je een kwelder die qua plantensoorten sterk op een jonge kwelder lijkt, en erg aantrekkelijk is voor ganzen en hazen.

Drs. D.P.J.Kuijper
Plantenoecologie
Rijksuniversiteit Groningen
Kerklaan 30, 9751 NN Haren
050-3632227
D.P.J.Kuijper@biol.rug.nl 

imprimer