Ganzen in de polder en op de kwelder

Overgenomen uit De Dorpsbode van 1 mei 1999. 

Al vanaf de jaren '70 vindt er onderzoek plaats aan de biologie van ganzen op Schiermonnikoog. De Rot- en Brandganzen die we hier veel op het eiland zien zijn echte trekvogels.  Vanuit hun overwinteringsgebieden in Noord-West Europa vliegen ze helemaal naar het verre noorden om te broeden. Vooral in het voorjaar bivakkeren veel ganzen langs de kust van de Waddenzee, om hier een vetvoorraad aan te leggen voor de lange reis. In deze periode wordt deels op landbouwgrond gegraasd. De meer natuurlijke kwelders zijn echter zeer belangrijke voedselterreinen. Allerlei natuurlijke processen spelen nog een grote rol bij deze diersoorten en dat maakt dat het aantrekkelijke studiesoorten voor biologen zijn. De ganzenbegrazing conflicteert soms met landbouwbelangen, en dat vormt ook een reden ze te bestuderen. De verzamelde kennis wordt gebruikt om de juiste beslissingen te kunnen nemen als het gaat om beheer van de foerageergebieden en de populatie. In dit stuk wil ik aangeven wat voor werk er gedaan wordt vanuit het veldstation "de Herdershut" om de biologie van de Rot- en Brandganzen te begrijpen.
Vanuit een observatie toren bij het Willemsduin kunnen we zonder enige verstoring gedragingen van de dieren observeren. Omdat een aantal individuen herkenbaar zijn aan een gekleurde ring hebben we kunnen ontdekken dat er grote verschillen bestaan tussen de dieren. Ganzen zijn voor het leven gepaard. Sommige mannetjes zijn in staat om anderen weg te jagen, zodat hun vrouwtje ongestoord kan eten en vetter kan worden dan andere vrouwtjes. Het is heel erg belangrijk om veel vet aan te leggen, want dit verhoogt de kansen op broedsucces aanzienlijk. Ook hebben de onderzoekers vóór ons kunnen aantonen dat de ganzen hun eigen voedsel in goed beheer houden. Planten worden minder aantrekkelijk naarmate ze verder uitgroeien. De plant legt dan weefsel aan om zijn bladeren overeind te houden en deze vezels zijn houtig, en dus minder gemakkelijk te verteren. Door om de paar dagen terug te komen op dezelfde plekken die al eerder zijn begraasd, houden de ganzen hun voedsel in een jong groeistadium.

Echter, met het verloop van jaren verandert de plantengemeenschap toch, zonder dat de ganzen daar veel invloed op kunnen uitoefenen. Doordat er met iedere overstroming een sliblaagje wordt afgezet met veel plantenvoedende stoffen, wordt de kwelder steeds productiever. Er komen andere planten, zoals Strandkweek en Zoutmelde. Deze vegetatieontwikkeling (successie genaamd) maakt dat een voedselgebied niet altijd even goed blijft voor ganzen. Ze moeten dan nieuw terrein opzoeken. Op Schiermonnikoog bevinden die zich verder naar het oosten, waar het eiland aangroeit en steeds nieuwe, jonge kwelder ontstaat.

Grote grazers, zoals koeien en schapen, zijn wél in staat om ruigere vegetatie te eten. Begrazing van de kwelder met deze dieren leidt tot een korte grasmat. Dit is ook een type vegetatie waar ganzen mee uit de voeten kunnen. Je kan dus zeggen dat de grotere grazers het voedselzoeken van de kleinere collega's vergemakkelijken. Recentelijk is ontdekt dat ook de haas invloed uitoefent op de vegetatie-successie, door vraat aan Zoutmelde en Zeealsem in de winter. Hoeveel dat allemaal nou precies uitmaakt zouden we graag willen weten. Wat zou er gebeuren met de ganzenpopulatie als het beheer van de kwelders zou veranderen?

Om hier achter te komen bepalen we met verschillende methodes wat de voorkeur is van ganzen en welke factoren daarbij belangrijk zijn. Uit tellingen over het eiland blijkt welke gebieden worden gebruikt en in welke seizoenen. Een voorbeeldje van de resultaten is gegeven in de figuur.

In het late voorjaar zitten de ganzen vooral in het oosten van de onbegraasde kwelder en op de door koeien begraasde kwelder. Uit deze tellingen blijkt dat Brandganzen vooral vegetatietypes hoog op de kwelder bezoeken en Rotganzen meer op de lage delen te vinden zijn. Nog preciezer bepalen we het gebruik van gebieden door steeksproefsgewijs keutels van ganzen te tellen. Daarvoor staan kleine stokjes in het veld, die onze plotjes markeren. Omdat we op die plekken ook metingen doen aan het gewas weten we dat sommige gebieden, zoals de lage kwelder, zó intensief worden benut dat bijna al het nieuw aangegroeide gras opgegeten wordt. In andere gebieden, zoals de polder in april en mei, is de grasproduktie veel hoger dan de ganzen er eten. De ganzen zitten vooral op plekken met korte vegetatie, waar veel voedselplanten staan van hoge kwaliteit.

Nu is het heel erg belangrijk om de echte reden van de gebiedskeuze te kennen. Daarvoor moeten we proeven doen. We veranderen een klein gedeelte van de vegetatie op één aspect, waarvan we vermoeden dat het belangrijk is. Zo kunnen we bijvoorbeeld aantonen dat de kwaliteit van het voedsel voor Rotganzen veel belangrijker is dan kwantiteit. Bemesting heeft een groot effect op het eiwitgehalte van gewas. De ganzen kiezen overtuigend voor bemeste vlakjes, zelfs als daar minder voedsel staat!

Een opvallende proef die we dit jaar doen is die op het poldergrasland aan de Hereweg. Daar testen we of het poldergras in mei alleen aantrekkelijk is als het voldoende kort gegraasd is. Dit is belangrijk omdat het bepaalt in hoeverre de ganzen in deze periode een alternatief voedselgebied in de buurt hebben. De test wordt uitgevoerd door tamme ganzen te laten kiezen tussen gras dat begraasd of onbegraasd is. Bovendien maken we onderscheid tussen begrazing door ganzen of schapen.

Het onderzoek wordt gedaan door een team van studenten en medewerkers van de Rijks Universiteit Groningen die nauw met elkaar samenwerken. De grotendeels ongerepte oostpunt van Schiermonnikoog biedt prachtige mogelijkheden voor het opleiden van biologen en het verrichten van baanbrekend onderzoek. Iedereen beseft goed dat een buitengewone kans is in een land waar niet zoveel natuur meer over is. We vinden het leuk als u geïnteresseerd bent om meer van onze resultaten te weten. Daarvoor kunt u altijd langs komen op de Herdershut om naar ons werk of verslagen ervan te vragen.

Rest mij te schrijven dat we alle hulp die we altijd krijgen van middenstanders, Natuurmonumenten en vooral de boeren op Schiermonnikoog heel erg waarderen!

Gegroet, Daan Bos

imprimer