Duinen


Duinvorming vindt plaats op het strand en in de zeereep, aan de Noordzeekant van het eiland dus. Water en wind voeren zand aan, dat neerdaalt in de luwte van biestarwegras en helm. Soms helpt de mens een handje met takkenschermen en helmaanplant. Nieuwe duintjes worden vaak aangetast door de herfststormen en verdwijnen dan al snel weer.

Duinvegetatie

Elke plantensoort stelt andere eisen aan zijn leefomstandigheden, aan klimaat, bodemgesteldheid en afstand tot het grondwater. De ene houdt van zout water en veel wind, de andere heeft zoet water en luwte nodig. In de duinen kun je dat goed zien. Loop je dieper de duinen in, dan zie je de begroeiing veranderen. De invloed van zout water en zeewind neemt steeds verder af. Bovendien vormen planten-resten een humuslaag, die gebruikt wordt door nieuwe planten. Zo ontstaat een opeenvolging van pionierplanten, van biestarwegras en helm in de buitenste, jongste duinen tot struwelen van duindoorn, vlier, kamperfoelie en meidoorn in de oudere duinen.

In de binnenste, oudste duinen speelt nog een ander proces mee. Het regenwater spoelde in de loop van de eeuwen de kalk uit het zand van die duinen weg. De kalkminnende planten die hier vroeger groeiden (zoals duindoorn), zijn grotendeels verdwenen en er zijn bijna alleen nog mossen overgebleven.

Ook het verschil tussen noord- en zuidhellingen van duinen draagt bij tot de variatie in plantengroei. Oorzaak is de invloed van zon en wind. Als je duinhellingen vergelijkt met duinvalleien zie je dat tenslotte ook de afstand tot het (zoete) grondwater voor de plantengroei een bepalende factor is.

Konijnen en vogels

In de duinen leven konijnen, maar hun aantal is door enkele epidemieën sterk teruggelopen. Voor de duinen heeft dit grote gevolgen. Planten en struiken die vroeger al in een vroeg stadium werden afgegraasd, kunnen nu ongestoord uitgroeien. De duinen worden hierdoor steeds begroeider. Verschillende zeldzame planten, die de concurrentie met krachtpatsers als berk, kruipwilg en braam niet aankunnen, worden hier de dupe van. Ook voor bergeenden en tapuiten kan de teruggang van de konijnen gevolgen hebben. Ze broeden namelijk in konijnenholen.

De duinen van Schiermonnikoog zijn enorm vogelrijk. Besdragende struiken als meidoorn, duindoorn, vlier en braam bieden veel zangvogels voedsel en beschutting. Van de twee belangrijkste roofvogelsoorten van het eiland is de bruine kiekendief het meest te zien boven rietmoerassen en de blauwe in de duinen.

afdrukken