Zwanen, eenden, ganzen en futen

Deze vogels zijn vaak goed waar te nemen vanuit de vogelkijkhut bij de Westerplas.

Bergeend
Tadorna tadorna

De bergeend is een opvallende gansachtige eend die broedt in konijnenholen. De vogel voedt zich met kleine slakjes op het wad.

duin, wad, strand, Westerplasbroedvogelhele jaar

Brilduiker
Bucephala clangula

In de wintermaanden komen er vanuit het hoge noorden veel soorten eenden naar het waddengebied om er te overwinteren.
Een van de mooiste eenden is de brilduiker. De vrouwtjes zijn chocoladebruin, de mannetjes zijn opvallend zwart-wit, met een markante witte vlek voor het oog: de bril. Ook opvallend is het knalgele oog, dat de eendjes de engelse naam 'goldeneye' heeft opgeleverd. Brilduikers duiken veel en hebben het dan vooral op schelpdieren voorzien. Goede plekken om deze eenden te zien zijn: de Westerplas, de Jachthaven en de Veerhaven.

Westerplas, strandwintegastoktober - april

Eidereend
Somateria mollissima

Al vanaf de veerboot zijn veel eidereenden te zien. Zeker het lichtgekleurde mannetje is erg opvallend. Eidereenden leven van schelpdieren. Helaas zijn er de afgelopen jaren winters met enorme sterfte opgetreden.

wad, strandbroedvogelhele jaar

Ganzen

Vanaf oktober wordt de Bancks Polder langzaamaan gevuld met duizenden ganzen. Er zitten twee soorten: de brandgans, met een zwart-witte kop en de rotgans met een zwarte kop. De ganzen trekken pas half mei weg naar het hoge noorden.


polder, kwelder, wadwintergastoktober - mei

Grauwe gans
Anser anser

Lang geleden was de grauwe gans een algemene broedvogel van de moerassen in de Lage Landen. Toen die werden drooggelegd kromp het aantal behoorlijk in en halverwege de twintigste eeuw was het een uiterst zeldzame broedvogel geworden. Nadat de Oostvaardersplassen waren drooggelegd was er weer voldoende broedgelegenheid en nam hun aantal fors toe.
Ook op Schiermonnikoog is dat het geval en nu zijn er het gehele jaar door weer grauwe ganzen te zien. Wanneer eind mei de brand- en rotganzen zijn vertrokken, nemen de grauwe ganzen bezit van de weilanden. In de voorafgaande weken hebben ze hun nesten gebouwd in de rietvelden van de Westerplas en de binnenkwelder. Nu de jongen groot zijn, trekken ze naar de malse weilanden om daar hun kostje op te scharrelen.
Dit tot groot ongenoegen van de boeren, die een deel van hun grasvoorraad zo zien verdwijnen! Op verschillende manieren (jagen, eieren prikken) wordt gepoogd de populatie te beheren.

kwelder, polderdoortrekker, broedvogelgehele jaar

Kolgans
Anser albifrons

De kolgans komt in grote aantallen voor op het vasteland, zowel in Friesland als elders, maar op Schiermonnikoog is deze vogel zeker geen algemene verschijning. Hij is iets kleiner dan de grauwe gans en heeft rondom de snavel een grote witte vlek. Op de borst van volwassen dieren bevinden zich zwarte dwarsstrepen. Kolganzen broeden in het noorden van Rusland en op Groenland. Elk jaar zie je wel enkele kolganzen tussen de enorme aantallen brand- en rotganzen. Via de lucht passeren waarschijnlijk grote aantallen ons eiland.
 
polder, kwelder doortrekker, wintergastnovember - april

Fuut
Podiceps cristatus

Futen zijn in de winter regelmatig te zien op Noord- en Waddenzee. In de Westerplas kom je ze het hele jaar door tegen. Daar broeden ze ook. Al in februari beginnen ze met het baltsen: een fraai ritueel, waarbij alles uit de kast wordt gehaald om te imponeren. De 'kraag' wordt breed uitgezet, en met gestrekte hals zwemmen man en vrouw naar elkaar toe, schudden met hun kop en geven elkaar wat plantjes die ze in de snavel hebben. Wanneer er eenmaal jongen zijn, liften die vaak mee op de rug van de ouders, ook een bijzonder gezicht.
Westerplas, strand, wad standvogelgehele jaar

Grote zeeëend
Melanitta fusca

In de herfst zie je vaak zeevogels langs de kust, die je in de andere jaargetijden vrijwel niet tegenkomt. De grote zeeëend is zo'n vogel.
De vogels broeden in Scandinavië en het noorden van Rusland. In de winter verblijven ze liever langs de kust van o.a. de Noordzee.
Verschilt vooral van de meer algemene zwarte zeeëend door een wit gedeelte op de achterkant van de vleugels en een witte vlek aan de onderkant van het oog. Op Schiermonnikoog worden ze vooral van september tot januari langs het strand waargenomen, meestal vliegend over zee.

strand doortrekker, wintergastseptember - januari


Knobbelzwaan
Cygnus olor

Hoewel de knobbelzwaan aan de vaste wal een algemene broedvogel is, is deze grote vogel maar zelden op Schiermonnikoog te zien.
In sommige jaren broedt de knobbelzwaan in de Westerplas, maar de afgelopen jaren is dat niet meer gebeurd. In de winter vliegen soms wel knobbelzwanen over.  Dat zijn meestal dieren uit het noorden en oosten van Europa, die daar de strenge kou ontvluchten door naar het zuidwesten te vliegen.

Westerplas, kwelderbroedvogel, doortrekker, wintergastgehele jaar

Middelste zaagbek
Mergus serrator


Het mannetje van de middelste zaagbek en in mindere mate het vrouwtje hebben een soort woeste kuif in de nek. Mannetjes zijn bont gekleurd met bruine borst, witte nek en donkergroene kop met rode snavel; vrouwtjes hebben een lichtbruine kop die geleidelijk in het grijze lichaam overloopt. Broeden doet de middelste zaagbek hier maar zeer incidenteel (o.a. in 2002 en 2003) maar in de winter zijn deze fraaie vogels regelmatig te zien in het zoute water van de Waddenzee en in de slenken.
wad, kwelderwintergastherfst, winter, voorjaar

Nonnetje
Mergellus albellus


Nonnetjes horen bij de zaagbekken. Ze hebben een smalle, grijze snavel met ribben aan de binnenkant en een kleine haak aan de punt. Dat is handig, want nonnetjes eten vooral visjes, slakken en waterkevers. Ze duiken daarbij tot soms wel vier meter diep. Mannetjes zijn prachtig getekend: wit en grijs met zwarte tekening bij de snavel en op de rug. Kuif wit met zwart. Vrouwtjes zijn grijs met bruine kop en witte wangen.
Broeden doen ze hier niet, maar wel in het hoge noorden: Finland en Rusland. Daar maken ze hun nest in een holte in een boom.
Op Schiermonnikoog kom je ze van herfst tot voorjaar in de Westerplas tegen en soms in de jachthaven.

Westerplas, wad (zeldzaam)doortrekker, wintergastherfst, winter, voorjaar

Nijlgans

Nijlganzen komen oorspronkelijk uit Egypte (langs de Nijl) en Afrika, ten zuiden van de Sahara. Rond 1970 zijn enkele van deze vogels ontsnapt of uitgezet en vanaf dat moment hebben ze zich hier in rap tempo vermenigvuldigd. Omdat nijlganzen nogal agressief zijn tegenover andere vogels werd gevreesd dat inheemse soorten zouden worden verdrongen, maar dat valt mee. In sommige nijlgansrijke gebieden is inmiddels een soort 'verzadiging' opgetreden: de soort wordt daar niet talrijker.
Op Schiermonnikoog werd de eerste nijlgans in 1978 waargenomen, de tweede in 1989. Vanaf  2001 wordt de soort elk jaar waargenomen en in 2003 voor het eerst broedend.

kwelder, polder, Westerplasbroedvogel, doortrekkerapril - september

Pijlstaart
Anas acuta

In de winter komen vanuit Scandinavië en Rusland grote groepen eenden naar Schiermonnikoog. Eén van de opvallendste eenden is de pijlstaart. De eend is genoemd naar de lange staart van het mannetje. Verder zijn de witte borst en hals en de chocoladebruine kop kenmerkend. De vrouwtjespijlstaarten lijken op andere vrouwtjeseenden. Wel is de staart wat langer en is het verenkleed bleker.
Pijlstaarten komen op Schiermonnikoog vooral voor in de periode oktober-april en zijn dan vooral te vinden op de Westerplas en bij laagwater op het wad. Het aantal kan oplopen tot wel 3000 à 4000 vogels. Als broedvogel is de pijlstaart in Nederland uitermate zeldzaam. Schiermonnikoog vormt hierop geen uitzondering, al broedt er vrijwel ieder jaar een paartje in de Westerplas of op de kwelder.

Westerplas, wad, kwelderwintergastseptember - mei

Roodhalsgans
Branta ruficollis

Wie de moeite neemt om eens rustig een groep brand- of rotganzen te bekijken, komt hem vroeg of laat een keer tegen: de roodhalsgans. Roodhalsganzen overwinteren in het gebied rond de Zwarte- en Kaspische Zee, maar soms gaan een of meer dieren mee met de rot- en brandganzen die in ons land overwinteren. Zo zijn er bijna jaarlijks wel een of meer van deze dieren te ontdekken tussen de rot- en brandganzen op Schiermonnikoog. Hun opvallende kleurpatroon, met roodbruin en wit in de hals, maakt ze tot een van de vele prachtige vogels die het eiland rijk is. Deze winter zijn er maar liefst acht exemplaren gesignaleerd.

polder, kwelder, wad wintergastoktober - mei

Roodkeelduiker
Gavia stellata

De roodkeelduiker is een vogel die vrijwel uitsluitend boven zee of zwemmend in zee is te zien. Dode vogels spoelen in de wintermaanden geregeld aan, vaak met een olievlekje op hun verenkleed. Doordat de buikveren dan aan elkaar plakken, wordt de vogel 'lek' en komt koud water op de huid. Hierdoor krijgen ze longontsteking en sterven. Vliegend zijn de dieren in de winter boven zee te zien en soms zwemt er eentje vlak achter de branding. Opvallend is de opgewipte snavel, die bovendien ook nog iets opgeheven wordt gehouden tijdens het zwemmen. De vogels hebben in broedkleed een prachtig roodgekleurde keel. In winterkleed zijn ze wit (buik) en zwartgrijs met witte spikkels (rug).

zee, strand doortrekker, wintergastherfst, winter, voorjaar 

Slobeend
Anas clypeat
Slobeenden danken hun naam aan hun brede snavel, waarmee ze op het wateroppervlak allerlei planten en diertjes opslobberen. Ze kunnen echter ook duikend voedsel zoeken.
Mannetjes zijn opvallend bont gekleurd, vrouwtjes zijn bruin met zwarte vlekjes.
Ze broeden op de Westerplas en de binnenkwelder (bv. langs de Reddingsweg).  Vanuit de vogelkijkhut kun je ze vaak prachtig bekijken. Buiten de broedtijd kom je ze ook op het wad tegen (in herfst en winter vaak in het wadgeultje vlak ten oosten van de Nieuwe Veerdam).

Westerplas, wadbroedvogel, doortrekker en wintergasthele jaar

Smient
Anas penelope

Duitsers noemen de smient 'Pfeifente', wat 'fluiteend' betekent. Een goede naam, wanneer je het geluid van deze eend kent: een doordringende, korte, hoge fluittoon; zoiets: 'pieuwwww, pieuwwww'. Vooral in de nacht, wanneer het buiten stil is, kun je dat geluid goed horen. Overdag is de smient te zien op de Westerplas en in de poeltjes langs de groene dijk; soms ook in de polder en in de bermsloot. Vooral de mannetjes zijn erg mooi gekleurd met een opvallende gele vlek op het voorhoofd.
In maart en april vertrekken de smienten weer naar hun broedgebieden in Scandinaviê en Noord-Rusland.

Westerplas, polder, kwelderdoortrekker, wintergastseptember - maart

Tafeleend
Aythya ferina

Vanuit de vogelkijkhut in de Westerplas zijn haast altijd wel enkele tafeleenden te zien. Tafeleenden zijn duikeenden en verzamelen hun voedsel vooral onder water. Soms echter zie je ze ook grondelen zoals wilde eenden dat doen. Ze eten daarbij zaden, bladen en wortelstokken, maar ook dierlijk voedsel zoals slakken, wormen en insecten. In het nest legt het vrouwtje zo’n 10 eieren. Alleen het vrouwtje broedt. Na drie weken komen de donker gekleurde kuikens uit het ei. Die verlaten het nest direct en na ongeveer 8 weken kunnen ze vliegen, maar de moeder heeft ze dan al aan hun lot overgelaten. Tijdens de trek vormen ze grote zwermen, vaak samen met kuifeenden.

Westerplasdoortrekker, wintergast, schaarse broedvogelhele jaar

Wintertaling
Anas crecca

De naam wintertaling doet vermoeden dat de vogel alleen in de winter te zien is. Toch is dit niet zo. De zomertaling is alleen in de zomer in Nederland, terwijl de wintertaling het hele jaar te zien is. Op Schiermonnikoog gaat de wintertaling als broedvogel sterk in aantal onderuit. Van de 34 paartjes in 1973 waren er in 2003 nog maar 8 over. De oorzaken van de achteruitgang zijn waarschijnlijk verdroging en verruiging van natte duingebieden.
Behalve door het kleine formaat vallen mannetjes wintertalingen op door de fraaie bruin met groene koptekening en de felgele vlek onder de staart. De vrouwtjes zijn, zoals de meeste vrouwtjeseenden, onopvallend bruin. In april zijn de mannetjes in prachtkleed. Ze zijn dan vaak mooi te zien op de Westerplas en op de plasjes net ten oosten ervan. Als u een wintertaling in een slenk in de Kobbeduinen ziet, kunt u er vrij zeker van zijn dat het een broedvogel is.

Westerplas, kwelderbroedvogelhele jaar


Zwarte zeeëend
Melanitta nigra

De zwarte zeeëend  broedt in het noorden van Europa, Siberië en Alaska. Wanneer het daar kouder wordt trekken ze naar het zuiden en overwinteren dan ook in de Noordzee. De grootste concentraties bevinden zich ten noorden van de Waddeneilanden. Daar is namelijk het favoriete voedsel te vinden: spisula's ofwel gewone strandschelpen. Die duiken ze op uit de zeebodem, waarbij ze wel tot 20 meter diep kunnen gaan! Om de zwarte zeeëend te beschermen, is de commerciële vangst van gewone strandschelpen sinds 1999 verboden.
Een zwarte zeeëend op het strand is meestal geen goed teken: vaak zijn dergelijke vogels verzwakt door ziekte of een lek verenkleed (olie, vet).

stranddoortrekker, wintergastherfst, winter, voorjaar


Illustraties: Elseviers Gids van de Europese Vogels, 1977

afdrukken