De zoogdieren van Schiermonnikoog

Op Schiermonnikoog leven geen mollen en geen vossen. Een enkele keer weet een ree de oversteek naar het eiland te maken.

Bruinvis
Phocoena phocoena

Een bruinvis is helemaal geen vis, maar een zoogdier, een kleine walvisachtige om precies te zijn. Bruinvissen eten allerlei verschillende vissen. Om te jagen gebruiken ze echo-locatie, net als dolfijnen. Er leven grote aantallen bruinvissen in de Noordzee, in het Nederlandse deel alleen al tienduizenden. Toch zie je er niet vaak een. Bruinvissen springen namelijk eigenlijk nooit. Dus het enige dat je ziet als er een voorbij zwemt, is een driehoekige rugvin die boven het water uit steekt. De meeste kans om bruinvissen te zien heb je in de winter of het vroege voorjaar, als je bij rustig weer vanaf een hoog duin over de Noordzee uitkijkt.
De laatste jaren spoelden er steeds vaker bruinvissen aan die ernstig verminkt waren. Ze hadden enorme bijt- of snijwonden. Het was niet duidelijk waar die verminkingen door waren veroorzaakt. Visserij, roofdieren, scheepsschroeven, er waren allerlei theorieën. In 2014 hebben wetenschappers  met behulp van DNA-onderzoek vastgesteld dat het grijze zeehonden zijn die de wonden toebrengen. Grijze zeehonden blijken dus op bruinvissen te jagen!

Noordzeehele jaar

Gewone zeehond
Phoca vitulina

De gewone zeehond komt op het hele noordelijk halfrond voor, zowel in de Atlantische als Stille Oceaan. Na een dieptepunt in de Nederlandse Waddenzee (rond 1990 minder dan 1000), groeide de populatie in de jaren daarna tot zo’n 6000 dieren nu.  Volwassen dieren worden bijna twee meter lang en wegen dan ruim 100 kg. Ze eten vooral vis, hier veelal platvis. Wie deze prachtige dieren wil zien kan het proberen aan het einde van de Badweg: daar liggen bij hoog water vaak enkele dieren op de zandbank recht voor de uitgang van de Badweg. Wie veel dieren wil zien, moet naar de oostpunt van het eiland: de Balg. Daar liggen op de zandplaat vaak meer dan honderd dieren en meestal zwemmen er wel een paar in de geul langs het strand.
strand, wad gehele jaar

Grijze zeehond
Halichoerus grypus

Grijze zeehonden zijn gemakkelijk te herkennen aan hun 'platte' kop. Dat komt door het voorhoofd, dat in één rechte lijn overgaat in de snuit. Dit in tegenstelling tot de gewone zeehond, die een meer ronde kop heeft. Grijze zeehonden worden ook veel groter.
In het Waddengebied is er een flinke kolonie grijze zeehonden op de Richel, tussen Vlieland en Terschelling.  De laatste jaren neemt de populatie in het Waddengebied echter toe, waardoor nu ook regelmatig grijze zeehonden bij Schiermonnikoog zijn te zien.
strand, wad gehele jaar

Haas
Lepus europaeus


Hazen zijn de grootste wilde landzoogdieren op Schiermonnikoog, afgezien van af en toe een overgestoken ree. Ooit zijn ze hier uitgezet voor de jacht.
Nu kom je ze overal op het eiland tegen. Wie 's avonds een wandeling door het dorp maakt, ziet ze over de streken lopen, maar ook op het strand moeten er elke nacht veel vertoeven: let maar eens op alle hazenkeutels, die je tot in de allereerste duintjes met biestarwegras, vlak aan zee, tegenkomt!
Hazen graven geen hol, zoals konijnen, maar verschuilen zich in een platgedrukt holletje in een grote graspol: een leger. Vaak pas op het allerlaatste moment vluchten ze daaruit weg, wanneer iemand te dicht in hun buurt komt.
Omdat veel hazen in het buitengebied (groene strand, kwelder) leven, verdrinken er soms veel bij storm, zoals in 2006. In het jaar daarop werden er nog maar 173 geteld. In 2009 waren dat er al weer 380.
gehele eiland gehele jaar


Konijn
Oryctolagus cuniculus

Konijnen kwamen oorspronkelijk  alleen op het Iberisch Schiereiland (Spanje en Portugal) voor. De Romeinen verspreidden het dier en nu komen ze niet alleen in heel Europa, maar ook in Australië voor. Ze eten allerlei plantaardig voedsel en eten ook een deel van hun hun eigen keutels op. Vroeger wemelde het van de konijnen op Schiermonnikoog. Overal in de duinen vond je hun holen. Twee virusziekten hebben daar een eind aan gemaakt: door myxomatose en VHS (viraal hemorragisch syndroom) is er nog maar een miniem percentage over.  Gelukkig vermenigvuldigen konijnen zich snel en de hoop is dat er bij sommige dieren een resistentie tegen de ziekte gaat ontstaan.
duinenhele jaar

Egel
Erinaceus europaeus

Egels scharrelen 's avonds en 's nachts door het dorp en de duinen, op zoek naar voedsel. Ze houden vooral van slakken, wormen, rupsen en kevers, maar ook spinnen staan op hun menu en soms eieren of aas.
Wanneer de temperatuur daalt en er minder voedsel komt, gaat de egel in winterslaap. Die begint meestal in november en duurt tot april/mei, afhankelijk van de temperatuur. Tijdens de winterslaap  daalt de lichaamstemperatuur van de egel tot ongeveer 10 graden en hij kan wel een derde van zijn gewicht kwijtraken.
In de zomer werpt het vrouwtje een stuk of vijf jongen. Ze overwinteren de eerste winter in het nest waar ze zijn geboren.
dorp, duinen gehele jaar

Huismuis
Mus musculus

De huismuis is een alleseter: graan, wortels en brood staan op z'n menu, maar ook insecten en wormen worden gegeten en in tijden van schaarste zelfs papier. Ze zijn vooral 's nachts actief. Voortplanten doen ze zich het hele jaar, waardoor ze wel 10x per jaar een nest kunnen hebben met 5 - 10 jongen per keer!
Tegen de winter verplaatsen veel dieren zich van buiten naar binnen, waar ze lekker warm onder de vloer en op zolder gaan wonen. Zorg dus dat er geen kruimeltje meer op de vloer te vinden is! 
dorp, polder gehele jaar

Huisspitsmuis
Crocidura russula

Wanneer je tijdens een wandeling een schril gepiep uit een graspol hoort komen, heb je waarschijnlijk een huisspitsmuis gehoord. Ze eten allerlei kleine dieren zoals insecten, pissebedden en slakken en hebben daarom scherpe, puntige kiezen. De huisspitsmuis heeft slechte ogen, maar kan des te beter horen en ruiken. Omdat ze hun prooi vaak maar half verteren, eten ze hun eigen keutels weer op.
In de winter komen ze ook in huizen voor en vaak merk je dat ze er zijn door de vrij grote, plakkerige keutels. Gewone huismuizen (die met zo'n lange staart) zijn knaagdieren en hebben veel steviger chocoladehagelslag-achtige keutels. Schiermonnikoog ligt aan de noordgrens van het verspreidingsgebied van de huisspitsmuis. Koude winters kunnen hun aantal dan ook drastisch doen afnemen.
dorp, duinen gehele jaar

Veldmuis
Microtus arvalis

Veldmuizen zijn nog niet zo lang geleden voor het eerst op Schiermonnikoog terecht gekomen: de eerste melding stamt uit 2003. Hoe ze hier terecht zijn gekomen is onbekend. Ze komen nu overal op het eiland voor: in de duinen, op de kwelder, in de dijk en zelfs op het groene strand vind je hun holen. Wanneer het water erg hoog komt, verdrinken veel muizen. Eerst proberen ze nog te vluchten naar hooggelegen plekken en als dat niet meer voldoende is, klimmen ze zelfs in grassen en andere planten! Meeuwen en kraaien eten tijdens zo'n hoge waterstand hun buik rond!!
Veldmuizen eten voornamelijk planten. Je herkent ze snel aan hun korte, behaarde  staart en kleine oortjes.
duinen, polder, kwelder, groene strand gehele jaar

Verwilderde kat
Felis catus


In Nationaal Park Schiermonnikoog struinen op dit moment naar schatting vijftig verwilderde katten rond. Dat blijkt uit het onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen.
De verwilderde katten voeden zich onder meer met veldmuizen, vogels, hazen en konijnen. De kattenpopulatie is net zo groot als vijfentwintig jaar geleden, ondanks dat de jacht op de verwilderde katten ondertussen is gestaakt.
duinen, kwelder, gehele jaar

afdrukken