Zangvogels

Blauwborst
Cyanosylvia svecica

Een roodborst is een mooie vogel, maar een blauwborst ook! 
Het mannetje heeft in de broedtijd namelijk een felblauwe borst met een witte vlek in het midden. Veel vogelsoorten in ons land gaan achteruit, maar gelukkig zijn er ook uitzonderingen: de blauwborst neemt in aantal toe!
Op Schiermonnikoog is dit prachtige vogeltje te zien in de rietplassen langs de groene dijk en de Westerplas en ook op de binnenkwelder. 's Ochtends vroeg zingt hij vaak zijn liedje in het riet of een waterwilg.

binnenkwelder, Westerplasbroedvogelvoorjaar, zomer, herfst

Boomkruiper
Certhia brachydactyla

De boomkruiper is een kleine vogel (bruin van boven, vuilwit op de buik) met een in verhouding vrij lange, dunne snavel. Kenmerkend is de manier, waarop hij zich langs een stam omhoog beweegt. Hij doet dit door in een spiraalvorm rondom de stam te scharrelen, van beneden naar boven. Hij steunt hierbij op zijn harde staartveren. Bij een nieuwe boom begint hij weer onderaan. Intussen peutert hij met zijn dunne snavel kleine beestjes onder de bast vandaan. Boomkruipers kom je dus vooral tegen waar veel bomen staan: in het bos en in en om het dorp. Over eventuele trek is weinig bekend, maar boomkruipers schijnen behoorlijk honkvast te zijn.

bos,  dorpbroedvogel, standvogelhele jaar

Ekster
Pica pica

Eksters zijn brutaal, maar mooi. Wanneer de zon op hun lange staart valt, schittert die metaalgroen. Vroeger was de ekster een zeldzame vogel op Schiermonnikoog. Pas vanaf 1977 broedt de soort hier.  Nu in het vroege voorjaar,  zijn ze druk bezig met het bouwen van hun nest. Daarvoor gebruiken ze vaak forse takken. Later worden kleinere takjes en gras gebruikt om het nest te bekleden. Ook wordt modder gebruikt om het te verstevigen. Bijzonder is dat de ekster vaak een dak op het nest maakt. De ekster is een zangvogel en in deze tijd kun je het mannetje soms zachtjes horen zingen!

dorp, duinen, bos standvogelgehele jaar

Fitis
Phylloscopus trochilus

Misschien wel het algemeenste duinvogeltje is de fitis. In het voorjaar zingt in bijna iedere struik wel een fitis zijn weemoedige liedje. Het diertje oogt verder onopvallend: grijsgroen met roze pootjes.

duinbroedvogelapril - september

Frater
Carduelis flavirostris

Wanneer je langs de buitenrand van de duinen loopt vliegt er in deze tijd soms een compact groepje bruin gekleurde vogeltjes op, die tijdens het opvliegen gezellig kwetteren. Grote kans dat het fratertjes zijn, kleine vink-achtige vogeltjes die vooral langs de buitenste duinrand, op het groene strand, langs de dijk en op de kwelder zijn te vinden. Ook op het kweldertje ten oosten van de jachthaven zie je ze soms.
Fraters broeden in Ierland, Schotland en Noorwegen en trekken naar onze streken om te overwinteren.   De mannetjes zijn te herkennen aan hun lichtroze stuit. Ze zoeken hun voedsel, dat voornamelijk bestaat uit  allerhande zaden, op de grond.  

kwelder, groene stranddoortrekker, wintergastherfst, winter

Gekraagde roodstaart
Phoenicurus phoenicurus

Erg gemakkelijk is het niet om een gekraagde roodstaart in de kijker te krijgen. Dit komt niet door zijn uiterlijk, want dit is kleurrijk genoeg. Het mannetje heeft een oranje buik en borst, een zwart gezicht en leigrijze rug en kop. Het vrouwtje is met haar bruinoranje verenkleed minder opvallend. Wanneer een roodstaart opvliegt, wordt meteen de herkomst van de naam duidelijk: de staart is opvallend roodbruin. Dat het toch zo lastig is om een gekraagde roodstaart te zien, komt doordat de dieren zich bij voorkeur in dicht berkenbos ophouden. Hier zingen ze een kort, knarsend liedje.
Mei is een goede tijd om gekraagde roodstaarten te zien. Niet alleen zingen ze in deze maand, ook zijn er naast de plaatselijke broedvogels doortrekkers aanwezig die nog door moeten naar Scandinavië. Goede plekken om de vogelsoort te zien, zijn het bos (omgeving Jacobspad en Berkenpad) en soms zelfs in het dorp. Doortrekkende vogels kunnen ook op andere plekken opduiken.

bosbroedvogelmei - september

Goudhaantje
Regulus regulus

Het goudhaantje is een klein, druk bewegend vogeltje. Met z'n groene kleur, gewicht van 5 gram en de grootte van een halve mus is hij echter geen opvallende verschijning. Meestal hoor je hem eerder dan dat je hem ziet. Wanneer je op een stille dag door het bos loopt moet je maar eens letten op heel iele, hoge piepgeluidjes in de bomen: dat is het goudhaantje. Wanneer je goed kijkt zie je ze dan tussen de takken, op zoek naar insecten en spinnetjes. Een winterse periode met sneeuw en kou is vaak desastreus voor veel goudhaantjes, omdat ze erg veel energie (dus voedsel) nodig hebben om hun kleine lijf warm te houden.
Wanneer je een goudhaantje in het vizier krijgt, let dan eens op de mooie, gele streep op zijn zwarte kruin.

bos, dorpdoortrekker,
schaarse broedvogel
hele jaar;
vooral augustus - november en maart - mei


Goudvink
Pyrrhula pyrrhula

Goudvinken broeden niet op Schiermonnikoog maar zijn van herfst tot voorjaar regelmatig te zien. Ze houden erg van zaden en zijn dan ook vaak in bv. elzen te zien. In het voorjaar eten ze ook graag groene knoppen van bomen. De goudvinken die je hier ziet zijn vaak noordelijke vogels, die vanuit Scandinaviê hierheen komen.  Ze zijn wat groter en feller gekleurd dan de Nederlandse broedvogels. Onderling houden goudvinken contact door een zacht fluitende contactroep: 'fuuht'.
bos,  dorpwintergastherfst, winter, voorjaar

Grasmus
Sylvia communis

Dat de duinen van Schiermonnikoog steeds meer met struiken begroeid raken, is voor sommige vogels een probleem. Ze voelen zich meer thuis in een open landschap. Andere vogels houden meer van beschutting. Deze worden op het eiland steeds algemener. Een van die soorten is de grasmus.
Met huismussen heeft deze vogel weinig te maken. Aan de fijne snavel is te zien dat het geen zaadeter is, zoals de huismus, maar een insecteneter. De naam doet ook vermoeden dat je de vogel vooral in het gras aan zou kunnen treffen. Toch is de grasmus bijna uitsluitend in struiken te zien. In het voorjaar zingt hij in de top van meidoorns en duindoorns zijn krassende liedje. Vak valt hierbij zijn witte keel op.
Mei is een prachtige maand om de vogel te horen en te zien. En mislopen kan bijna niet, want in 2003 werden er in duinen van Schiermonnikoog 283 broedparen vastgesteld.

duin, Westerplasbroedvogel, wintergastapril-september

Grauwe vliegenvanger
Muscicapa striata

Grauwe vliegenvangers hebben een kenmerkende manier van jagen: ze zitten op een uitkijkpost en houden in de gaten wanneer er een insect langs vliegt. Dan doet hij vanaf die plek een uitval en keert, meestal met buit, weer terug. Daarbij zitten ze opvallend rechtop. Ze zijn heel onopvallend gekleurd: grijs met wat donkere strepen op borst en voorhoofd. Hun oogjes zijn gitzwart.
In augustus en september trekken de vogels naar Afrika,  tot voorbij de evenaar, om vanaf half april weer terug te keren vanuit het winterverblijf in Afrika.
In en om het dorp en op plekken met veel struiken en bos broedt deze soort.
bos,  dorpbroedvogelvoorjaar, zomer en herfst

Groenling
Carduelis chloris

De groenling is een vink-achtige vogel met een grijsgroen verenkleed. Mannetjes hebben opvallende geelgroene vlekken op hun vleugels en aan de randen van de staart, die vooral in de vlucht goed opvallen. Groenlingen hebben een dikke, stevige snavel. Ze zijn gek op rozenbottels. Goede plekken om ze te zien zijn dan ook de rozenstruiken langs de Badweg, maar ook andere plaatsen waar zaden te vinden zijn. In de winter soms ook in groepjes op het Groene strand. Broedt o.a. in bungalowpark De Monnik, maar ook elders in het dorp en in de dennenbossen. In de winter trekken 'onze' groenlingen zuidwaarts, maar hun plaats wordt ingenomen door groenlingen uit het noorden van Europa.

bos, duinen, dorpbroedvogel, doortrekker en wintergasthele jaar

Graspieper
Anthus pratensis

Klein en bruin. Zo kun je de graspieper kort en bondig omschrijven. De graspieper is een niet erg opvallende vogel die veel voorkomt in de duinen en op de kwelder.  In de polder zie je haar alleen op doortrek; in het vlakke grasland broedt ze niet. Dat doet ze wel op de kwelder en in de duinen met naar schatting 400 tot 600 paartjes. Het nestje ligt, goed verscholen, tussen de begroeiing.
Ze heeft, net als de wat forsere veldleeuwerik, een bruin verendek met op de lichte borst zwarte vlekken. In het voorjaar vliegt ze al zingend op uit het gras tot een meter of tien hoog en laat zich daarna met gespreide vleugels en staart weer naar beneden vallen om te landen.
Nu, in de zomer, kun je haar voedselzoekend tegenkomen, soms zittend op een struik, de snavel vol met insekten e.d.

duinen, kwelderbroedvogel, doortrekkermaart - november

Heggenmus
Prunella modularis

Heggenmussen vallen niet op. In de winter zie je ze in het dorp. Ze scharrelen dan vooral in tuinen en tussen ruigte, op zoek naar zaadjes en bessen en doen dan aan een muis denken. De heggenmus heeft een dunne snavel die hij in de zomer dan ook vooral gebruikt om er insecten mee te vangen. Ook de kleur is erg onopvallend: grijze kop, lichaam bruingrijs met donkere streepjes. Horen doe je ze in de winter niet. Maar dat verandert in februari. Zodra het voorjaar in aantocht is, verhuist de heggenmus van de grond naar een struik of boom en begint daar in het topje luidkeels te zingen met heldere tonen.
Bijzonder bij heggenmussen is dat ze een gevarieerd seksleven kennen: een vrouwtje heeft meestal twee mannetjes, die haar helpen bij het grootbrengen van de jongen.   Omgekeerd heeft een mannetje meestal meerdere vrouwtjes. Betrapt een mannetje een van 'zijn' vrouwtjes op overspel, dan pikt hij, voordat hij met haar copuleert, eerst het sperma van de vorige minnaar uit haar onderlijf!!!

dorp, duinen, bos, Westerplasbroedvogelhele jaar

Huismus
Passer domesticus

Afgelopen jaren is de huismussenstand landelijk met zo'n 50% gedaald. Gelukkig is Schiermonnikoog hierop een uitzondering. In en om het dorp en de boerderijen broeden zo'n 200-300 paartjes! Ga deze maand maar eens op een terrasje in het dorp zitten: de kans is groot dat je dan gezelschap van ze krijgt. Ze vertoeven graag in elkaars en ons gezelschap. Het mannetje is direct herkenbaar aan zijn zwarte befje en zijn grijze kapje. Het vrouwtje is wat eenvoudiger grijsbruin gekleurd.
Waar heggen zijn of dichte struiken en klimop voelen huismussen zich op hun gemak. Wandel maar eens over de Voorstreek! Nestelen doen ze onder daken. Gelukkig voor de huismus hebben we hier nog veel oude pannendaken, waaronder ze goed kunnen nestelen. Moderne huizen met precies sluitende dakpannen zijn mus-onvriendelijk.
De Fransen noemen de huismus 'moineau domestique'. Dat betekent... 'monnikje'!! Zou het daarom zijn dat er op Schiermonnikoog zoveel huismussen leven??

dorpbroedvogelhele jaar

Kauw
Corvus monedula

De kauw op Schiermonnikoog is een succesverhaal. In de jaren '60 kwamen de eerste kauwen op het eiland tot broeden. Verder was de soort alleen tijdens de trek in voor- en najaar te zien. Nu broedt op Schiermonnikoog ongeveer 400 paar kauwen. Ook in de rest van het jaar is het in het dorp en de polder een van de talrijkste vogels. De favoriete broedplaats van kauwen, holle bomen, zijn  er op het eiland nauwelijks. Maar ze nemen ook genoegen met schoorstenen en konijnenholen. Na de broedtijd verzamelen de kauwen zich in enorme groepen, die tegen het vallen van de avond luidruchtige vliegshows boven het dorp uitvoeren.
Kauwen zijn niet schuw en plunderen in het dorp vaak boodschappen die op een onbeheerde fiets zijn achtergelaten.
Kauwen zijn bijna overal te zien op het eiland.

dorp, duin, polderbroedvogelhele jaar

Keep
Fringilla montifringilla

Nadat in augustus en september de insectenetende vogels geruisloos naar het zuiden zijn getrokken, breekt in oktober de tijd van de vegetarische vogels aan. De zaad- en besseneters vormen meestal groepen en vallen hierdoor meer op dan insecteneters. Oktober is de maand van lijsters en vinken. Een mooie noordelijke vinkensoort is de keep. Deze vogel lijkt op een gewone vink, maar heeft een oranje borst. Bovendien is bij het opvliegen een witte stuit zichtbaar. De vogel dankt zijn naam aan zijn roep: een nasaal en langgerekt kèèèèp. Kepen zijn op Schiermonnikoog vooral in oktober en november te zien. Goede plekken om de vogels te zien zijn de ruigte bij de Jachthaven, begraafplaats Vredenhof en de Banck's Polder.

dorp, polder, duin, bos wintergastseptember - april

Kleine karekiet
Acrocephalus scirpaceus

Rietvogels hebben allemaal andere wensen. Sommige soorten willen oud, overjarig riet. Andere geven juist de voorkeur aan jonge rietstengels. Ook zijn er vogels die rietland zonder struikjes bijzonder geschikt vinden, maar er zijn ook rietvogels die zweren bij ruig rietland met veel wilgen.
De Kleine karekiet is misschien wel de meest pure rietvogel van allemaal. Van struikjes en boompjes wil hij niets weten. Voor dit kleine bruine vogeltje geldt: riet en anders niet. Hierbij neemt hij zelfs al genoegen met kleine rietrandjes langs sloten. De karekiet valt vooral op door zijn krassende geluid, waarin met wat moeite zijn naam doorklinkt.
Op Schiermonnikoog komt de vogel voor in de omgeving van de Westerplas en in het riet langs de Bermsloot in de polder.

Westerplas, polderbroedvogelmei - september

Koolmees
Parus major

De koolmees is wel een van de meest bekende vogels rond huis. Wie in de winter een netje met daarin pinda’s ophangt, kan genieten van de halsbrekende toeren die dit felgekleurde vogeltje uithaalt om een stukje pinda te bemachtigen. Als er dan ook nog een nestkast in de buurt hangt, is de kans groot dat je in het voorjaar het wel en wee van een heel koolmezengezin kunt volgen. Vader en moeder vliegen af en aan met rupsjes en andere lekkere dingen en voeren de jongen wel zo’n 50 keer per dag. Mannetjes en vrouwtjes koolmezen kun je gemakkelijk uit elkaar houden: mannetjes dragen een brede zwarte stropdas op hun gele buik, vrouwtjes een smalle. De koolmees komt voor van West-Europa tot in Japan en kent een grote verscheidenheid aan geografische rassen.

dorp, bosdoortrekker, wintergast en broedvogelhele jaar

Koperwiek
Turdus iliacus

In oktober zitten de struiken in de duinen nog vol bessen. Zeker de vele duindoorns zorgen voor een rijk gedekte tafel voor passerende vogels. Een vogelsoort die in de herfst in grote aantallen op Schiermonnikoog terechtkomt is de koperwiek. De koperwiek lijkt op een zanglijster, maar is iets kleiner en heeft een duidelijke wenkbrauwstreep. Zijn naam dankt hij aan de roestrode ondervleugels en oksels. Koperwieken komen vooral vanaf half oktober massaal aan vanuit Scandinavië. Op heldere nachten met veel vogeltrek is de lucht soms gevuld met de ijle fluittonen van de duizenden overvliegende vogels. Koperwieken zijn op Schiermonnikoog vooral te zien in de duinen en in de polder, maar ook in dorpstuinen kan de vogel heel algemeen zijn.

duin, dorp, Westerplaswintergastoktober - april

Kramsvogel
Turdus pilaris

Tsjak-tsjak-tsjak. Dat is het kenmerkende geluid van vliegende kramsvogels. Elke herfst komen kramsvogels vanuit het hoge noorden naar hier om te overwinteren. Plaatsen waar ze vooral zijn te vinden zijn de meidoornstruiken langs de noordrand van het dorp en, als de meidoornbessen op zijn, in de duindoorns van de buitenduinen.
Ze zijn vrij schuw. In de winter kun je ze soms op of onder de voertafel zien; vooral wanneer er enkele appels liggen.
De kramsvogel is iets groter dan een merel. Het is een prachtig gekleurde vogel met grijze kop en stuit, bruine rug en zwarte staart. De borst is goudbruin met zwarte vlekken, de buik licht gekleurd.

duin, dorp, polderdoortrekker, wintergastoktober - april

Kruisbek

Loxia curvirostra
Kruisbekken hebben een snavel die een heel bijzondere vorm heeft: beide helften liggen schuin over elkaar. Dat lijkt lastig eten, maar is vanwege het voedsel van de kruisbek juist erg handig! Ze eten namelijk het liefst zaden van dennen en sparren. Die zitten altijd diep in de kegels en met  een gekruiste snavel kun je de zaden goed uit de kegels halen!
Omdat ze meestal hoog in de bomen zitten, is het handig wanneer je hun roep kent: 'kiep, kiep'. Mannetjes zijn rood van kleur, vrouwtjes grijsgroen. Je kunt ze het hele jaar door tegenkomen, maar in de nazomer en herfst maak je de meeste kans.

bos standvogel, invasiegastgehele jaar

Merel
Turdus merula

Merels zie je het hele jaar. Ze broeden veel in het dorp en het bos. De mannetjes beginnen al in februari te zingen. Mannetjes zijn gitzwart met een oranje snavel en oogring. Vrouwtjes en jonge vogels zijn bruiner en hebben een donkere snavel. De merel is tegenwoordig de talrijkste broedvogel van ons land. Ze eten van alles: vruchten, maar ook wormen en slakken.
In oktober en november trekken er soms grote aantallen door: overal in de duinen en het dorp wemelt het dan van de merels. Uit ringgegevens blijkt dat dit vooral vogels zijn uit Scandinavië. Blijkbaar trekken ze nog wat verder naar het zuiden, want in de winter zijn er niet zo veel merels.
In maart en april trekken ze weer voorbij, nu op weg naar het noorden. Soms vind je dode merels (en ook andere zangvogels) in de vloedlijn aan het strand. Die zijn tijdens hun trektocht boven zee terechtgekomen en, mogelijk verzwakt, te water geraakt en verdronken.  

dorp, duinen, bosbroedvogel, doortrekker, wintergasthele jaar

Nachtegaal
Luscinia megarhynchos

In de met struiken dichtgegroeide duinen leeft de nachtegaal: een bruin vogeltje dat pas opvalt als hij zijn snavel open doet. Een nachtegaal zingt hard en helder. Zijn afwisselende liedje valt ook op door de grote afwisseling, waarin hoge fluittonen worden afgewisseld met een laag tak-tak-geluid. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, zingen nachtegalen ook overdag. Maar omdat 's nachts de meeste andere vogels zijn gaan slapen, valt hij dan het meest op.
Op Schiermonnikoog zijn verschillende plekken waar je de nachtegaal goed kunt beluisteren, zoals de struiken tegenover Hotel Duinzicht, rond de Westerplas en in de Hertenbosvallei. De vogels zingen tot half juni. Daarna hebben ze een nest jongen te voeren en vergaat ze de lust tot zingen snel.

duinbroedvogelapril - augustus

Paapje
Saxicola rubetra

De eerste helft van mei is het paapjestijd op Schiermonnikoog. Het paapje is een kleurig vogeltje dat als broedvogel in Nederland erg zeldzaam is geworden. In Oost- en Noord-Europa zitten er gelukkig nog wel veel. Deze vogels zien we op het eiland doortrekken in april-mei en augustus-september. Groepjes zal je niet tegenkomen: paapjes zijn eenlingen. Ze zitten meestal in de top van een struik en zijn hierdoor goed te zien. Tijdens de doortrek zijn alle duingebieden van Schiermonnikoog geschikt voor paapjes. In de struiken rond de Westerplas en in de Kobbeduinen zijn ze bijna niet te missen. Na half mei neemt het aantal paapjes snel af en waarnemingen in juni en juli zijn erg zeldzaam.
Waar de eigenaardige naam 'paapje' vandaan komt, is niet duidelijk.

duindoortrekkerapril - mei, september

Pestvogel
Bombycilla garrulus

In sommige jaren is het ineens weer raak: pestvogels! Met zijn grijsroze verenkleed, de parmantige kuif en de gele en rode vleugelvlekjes, lijkt de Pestvogel een tropische verschijning. Toch is de soort precies het tegenovergestelde. De dichtstbijzijnde broedgebieden liggen in Lapland. In de meeste winters blijven de dieren in Scandinavië. Maar soms krijgen de vogels het op hun heupen. Een hoog geboortecijfer een slecht bessenjaar in het noorden, kan de vogels massaal naar het zuiden jagen. In dergelijke invasies komen de Pestvogels tot in Nederland. Hier zoeken ze in groepen bessenstruiken op. Vooral de gelderse roos is populair. Hier laten de vogels zich vaak van heel dichtbij zien. Omdat ze in het hoge noorden geen mensen gewend zijn, zijn ze helemaal niet schuw.
Veel vogelaars springen een gat in de lucht bij het zien van een pestvogel. Dat was vroeger wel anders: het onverwachte voorkomen van de vogels werd gewantrouwd. Men vreesde dat de vogel onheil aankondigde. De naam pestvogel maakt duidelijk dat het dier als voorbode werd gezien van deze dodelijke ziekte.
De winter van 2004/2005 zou wel eens pestvogelrijk kunnen worden. Eind oktober waren de eerste groepjes al op Schiermonnikoog te zien. De kans op Pestvogels is het grootst in het dorp.

dorpzeldzame wintergastoktober - maart

Putter
Carduelis carduelis

Eén van de mooiste vogels van Schiermonnikoog is de putter. De putter valt op door het rode gezicht en de citroengele vleugelstreep. De vogel broedt op verschillende plekken in het dorp. Hier kan je ze ook regelmatig zien als ze voedsel zoeken. Ze speuren grasveldjes af naar zaden. Ze zijn vooral verzot op de zaden van distels. Plekken met veel uitgebloeide distels leveren dan ook vaak groepjes putters op. De oude vuilstort aan de Prins Bernhardweg is zo'n putterplaats. Vroeger werden er veel putters gevangen om in kooitjes te stoppen. Door hun vermogen zelf hun water op te halen uit een klein putje, kreeg de vogel de naam putter.

dorp, polderbroedvogelhele jaar

Roodborst
Erithacus rubecula

Roodborsten komen op Schiermonnikoog het hele jaar voor. Toch zijn het niet steeds dezelfde vogels. De roodborsten die op het eiland broeden brengen de winter door in Zuid-Europa en Noord-Afrika. De Scandinavische vogels overwinteren in Nederland. Roodborsten zie je nooit in groepen. De vogels hebben een territorium dat ze fanatiek tegen andere roodborsten verdedigen. In tegenstelling tot veel andere vogelsoorten doen ze dit ook in de winter. Ook bijzonder is dat de vrouwtjes niet voor de mannetjes onderdoen. Dit is er ook de reden van dat bij roodborsten ook de vrouwtjes kunnen zingen. Door de zang laten ze soortgenoten weten dat ze maar beter uit de buurt kunnen blijven. Bij de meeste vogels zingt alleen het mannetje.
Roodborsten zijn op Schiermonnikoog in de zomer vooral in het bos te vinden. In de winter zitten de meeste in tuinen in het dorp. Tijdens de trektijd (april en augustus-oktober) vind je roodborsten overal waar bomen of struiken staan.

bos, duin, dorp, Westerplasbroedvogel, wintergasthele jaar


Roodborsttapuit
Saxicola torquata

Roodborsttapuiten zijn prachtige vogels. De borst van het mannetje is helder oranjerood van kleur. Verder heeft het mannetje een zwarte kop en wangen en een witte halsband. Het vrouwtje heeft wat valere kleuren. Je komt ze vooral tegen in de duinen en op de binnenkwelder, waar ook wat struikjes staan. In dit gebied broeden ze ook. Deze mooie soort neemt de laatste jaren wat in aantal toe.
In de winter trekken ze naar Zuid-Europa en heel af en toe is er zelfs in de winter een exemplaar op het eiland te zien.
 

duinen, kwelderbroedvogelherfst, winter, voorjaar

Sneeuwgors
Plectrophenax nivalis

Het strand van Schiermonnikoog is erg bijzonder. Een groot deel is begroeid met allerlei soorten planten. Deze planten zorgen ervoor dat er op het strand tot diep in de winter veel zaden liggen. Dit trekt veel vogels aan. Eén van de allermooiste vogels die in de winter het strand van Schiermonnikoog bezoekt, is de sneeuwgors. Deze wit met bruine vogel broedt in Scandinavië, IJsland en Groenland. Goede plekken om de soort te bekijken zijn de Jachthaven, het strand ten westen van paal 3 en het strand in de omgeving van De Marlijn. Maar ook op de rest van het strand heeft u een grote kans om ineens een groepje sneeuwgorzen met hun witte vleugels te zien opfladderen.

strandwintergastoktober - april

Spotvogel
Hippolais icterina

De spotvogel doet zijn naam eer aan: hij steekt de draak met allerlei vogelzang en imiteert evengoed een karekiet als een scholekster! Wie hem eenmaal een poosje heeft horen zingen, vergeet dat niet snel. Allerlei onwaarschijnlijke jodels rollen over elkaar heen.
Zo opvallend als zijn zang is, zo onopvallend is zijn leefwijze: hoog in dichtbebladerde bomen zingt hij zijn lied. Daarbij komt dat het een klein, geelgroen gekleurd vogeltje is. Wie op Schiermonnikoog spotvogels wil horen hoeft niet ver te gaan: in en om het dorp komen de meeste voor. Zo zit er elk jaar een spotvogel  luidkeels te kwelen in de bomen aan de westkant van het Martjeland, maar ongetwijfeld zijn er veel meer dergelijke plekken.

dorp, bosbroedvogel, doortrekkermei - sept.


Sprinkhaanzanger
Locustella naevia

In oudere vogelboeken wordt de sprinkhaanzanger steevast sprinkhaanrietzanger genoemd. Het tussenvoegsel 'riet' is verdwenen. Het zangvogeltje komt namelijk niet voor in rietlanden. Wel heeft hij een voorliefde voor vochtige duinvalleien met veel dicht struikgewas.
Omdat hij hier graag middenin kruipt, is de sprinkhaanzanger vrijwel onmogelijk te zien. Daar komt nog bij dat het vogeltje een onopvallend bruin verenpak heeft.
Het meest opvallende aan de sprinkhaanzanger is de zang: een hoge ratel die aan een sprinkhaan doet denken. Veel oudere mensen kunnen het ijle, hoge geluid van de vogel niet meer horen. Op Schiermonnikoog zijn sprinkhaanzangers vooral in de duinen, de Westerplas en de hogere kwelder te vinden. Begin juni is de beste tijd om de vogels te horen. Later in de maand, als er jongen zijn, vallen ze langzaam stil.

duin, Westerplas, kwelderbroedvogelapril - september

Staartmees
Aegithalos caudatus

De staartmees is een erg mooi vogeltje met wit, zwart en vuilroze in zijn verenkleed. Meest opvallend is de erg lange staart. Na het broedseizoen verzamelen staartmezen zich. Bij dit soort gezelschappen sluiten zich vaak ook andere vogels zoals andere mezen, boomkruipers en goudhaantjes zich aan. Na perioden van oostenwind in het najaar kunnen groepen staartmezen uit Oost- en Noord-Europa in Nederland terechtkomen. Deze vallen op door de lichtere kop. Staartmezen met een helemaal spierwitte kop komen uit het hoge noorden. Deze vorm is in Nederland vrij zeldzaam, maar als je goed oplet, kun je ze soms wel tegen komen!

dorp, bosbroedvogelhele jaar

Strandleeuwerik
Eremophila alpestris

Wie af en toe een wandeling over het strand, langs de buitenste duinrand, maakt komt zo nu en dan groepjes kleine vogels tegen. Elke winter kun je zo ook de strandleeuwerik zien, een kleine bruine vogel met een heel opvallend gekleurde kop. Die is namelijk geel met zwarte strepen. Boven de ogen zitten bovendien kleine zwarte "horentjes". Vaak kun je de strandleeuwerik behoorlijk dicht naderen voordat hij opvliegt.  Behalve langs de duinrand kun je ze ook tegenkomen langs de dijk en op braakliggende maisakkers langs de dijk. Daar scharrelen ze onopvallend over de bodem, druk op zoek naar allerlei zaden.
Strandleeuweriken broeden in Scandinavië en het noorden van Rusland. In de winter trekken ze naar onze kuststreken. Van oktober tot april kun je ze hier bewonderen.

groene strand, kwelder, polderwintergastoktober-april

Sijs
Carduelis spinus

Een van de gezelligste zangvogels is de Sijs. Sijzen zie, in ieder geval in de winter, nooit alleen. Sijzen zoeken graag andere sijzen op. En dat is niet zo gek, want ze hebben elkaar heel wat te vertellen. Vaak hoor je dan ook eerder hun opgewonden gekwetter dan dat je ze ziet. Als je ze ziet, dan is dat meestal in elzenbomen. Hierin vallen ze ondanks hun heldere geelgroene kleur, nauwelijks op. De Sijs is een zaadeter die gespecialiseerd is in elzenzaden. Deze weet hij handig uit de donkere elzenproppen te peuteren. Op het eiland is de vogel vooral in het winterhalfjaar te zien. Broeden doen ze vooral in Oost- en Noord-Europa en in berggebieden. Toch heeft de Sijs ook een paar keer in het bos van Schiermonnikoog gebroed.
Goede plekken om de Sijs te zien, zijn plekken met elzen, zoals het Karrepad, de IJsbaan en natte plekken in het bos.

dorp, bos wintergastseptember - april

Tapuit
Oenanthe oenanthe

De tapuit is een vogel die vooral opvalt als hij wegvliegt: dan is zijn felwitte stuit goed zichtbaar. In voorjaar en herfst zie je veel tapuiten die langs de waddendijk op doortrek zijn. Ook langs de buitenste duinrand zie je ze dan vaak. Broeden doet de tapuit in steeds mindere mate op Schiermonnikoog. Redenen zijn de verruiging (de tapuit jaagt graag op droge, schaarsbegroeide plekken op insecten) en de afname van het aantal konijnen (tapuiten broeden graag in konijnenholen).  

duinenbroedvogel, doortrekker?maart - oktober

Veldleeuwerik
Alauda arvensis

Al vroeg in het voorjaar, soms zelfs al eind januari, is op mooie dagen de zang van de veldleeuwerik te horen boven de duinen en de kwelder: een echt voorjaarsgeluid!
Meestal hoor je de veldleeuwerik veel eerder dan dat je hem ziet.  Luid zingend vliegt hij namelijk hoog in de lucht, om daarna naar beneden te vliegen, de laatste meters met gesloten vleugels naar beneden te vallen en ergens in het gras te landen.
Het voedsel van de veldleeuwerik bestaat vooral uit zaden van grassen en bladdelen van allerlei plantjes, maar ook spinnen en wormen versmaadt hij niet. Wanneer je hem ziet lopen, zet hij soms zijn kopveertjes op, waardoor hij een kleine kuif lijkt te hebben.  Broeden doet hij in een ondiep holletje op de grond, dat wordt bekleed met planten en haren.
Vroeger broedden er veel veldleeuweriken op het eiland, maar tegenwoordig is het aantal broedende vogels drastisch afgenomen. Oorzaken zijn de verruiging van het duingebied en de intensivering van de landbouw in de polder. Daarnaast worden in Frankrijk alleen al jaarlijks meer veldleeuweriken gevangen en gedood dan in Nederland broeden.

kwelderdoortrekker, broedvogelfebruari - oktober

Vink
Fringilla coelebs

Vinken zijn op Schiermonnikoog het gehele jaar te zien, maar de meeste zijn er in het najaar. In het voorjaar en de zomer zitten de vinken in het dorp en het bos. Het is dan lastig om ze te zien. Vaak zitten ze verstopt tussen bladeren en hoor je alleen hun korte, krachtige zang: de vinkenslag.
In oktober en november komen grote groepen vinken op doortrek op Schiermonnikoog terecht. Ze zijn dan veel minder schuw en scharrelen meestal op de grond, op zoek naar zaden. In deze groepen zitten vaak ook andere vogelsoorten, zoals rietgorzen, kepen en groenlingen.

duin, dorp, bos broedvogel, doortrekkerhele jaar

Witte kwikstaart
Motacilla alba

Wanneer u op Schiermonnikoog een grijs-witte zangvogel tegenkomt die voortdurend zijn staart op en neer beweegt, dan heeft u met de Witte kwikstaart te maken. De Witte kwikstaart is een insecteneter. Deze vangt hij door hard achter insecten aan te rennen.
De winter brengt de vogel in Zuid Europa en Noord Afrika door. Als een van de eerste zomervogels keert hij in het voorjaar weer terug.
Op Schiermonnikoog is maart een goede maand om de Witte kwikstaart te zien. Er zijn dan veel doortrekkers die nog door moeten naar Noord Europa of Groot-Brittannië. De Britse vogels worden Rouwkwikstaarten genoemd. Ze hebben een zwarte in plaats van een lichtgrijze rug. Goede plekken om Witte kwikstaarten en Rouwkwikstaarten in maart te zien zijn de polder, de omgeving van de Westerplas en op het strand.

dorp, polder, strandbroedvogelmaart - oktober

Zanglijster
Turdus philomelos

Zodra de dagen langer worden, krijgen veel vogels het voorjaar in de kop. Dit uit zich in een uitbundig gezang. Koolmees, heggenmus en winterkoning beginnen vaak al in januari. In februari volgen meer soorten. Vanaf eind februari laat de zanglijster zich nadrukkelijk horen. Zijn zang valt op door het volume en doordat hij zijn tonen meestal een paar keer herhaalt. Daarna gaat hij dan weer op een ander geluidje over. Het aantal verschillende geluiden dat een zanglijster voort kan brengen is onuitputtelijk. Hierbij laat hij zich vaak inspireren door andere vogels en soms ook door mensen. Zo zijn  er zanglijsters gehoord die ringtones van mobiele telefoons nadeden. Zingende zanglijsters zijn vaak gemakkelijk te zien omdat ze graag in de top van een boom of op het dak van een huis gaan zitten.
Zanglijsters zijn te zien in het dorp en in het bos. Op trek (maart-april en september-oktober) zijn ze veel te vinden in de duinen en de polder.

dorp, bosbroedvogel, doortrekkerhele jaar


Zwartkop

Sylvia atricapilla
De zwartkop is een grijze vogel met een pikzwart (mannetje) of roodbruin (vrouwtje) kapje. Ze zijn vooral te vinden waar bomen en struiken staan. Ze broeden dan ook zowel in het dorp als in het gebied daarbuiten. Vooral dichte braamstruiken zijn een geliefde nestplaats. In de winter vertrekken de meeste zwartkoppen naar het zuiden van Europa en de laatste decennia overwinter een steeds groter aantal in Engeland en Ierland. Heel soms tref je in de winter een zwartkop aan op Schiermonnikoog.

dorp, bosbroedvogelvoorjaar, zomer, herfst (incidenteel: winter)

Zwarte mees
Periparus ater

'Een vale koolmees met een witte vlek achter op z’n kop'. Vaak wordt een zwarte mees zo omschreven. Hij lijkt dan ook erg veel op z’n iets grotere en veel algemenere broer, de koolmees. Opvallende verschillen zijn de witte vlek in de nek en het ontbreken van een zwarte streep op de buik. De kleur van de buik is grijs.
Zwarte mezen broeden in ons land vooral in bosrijke gebieden en dan nog het liefst in naaldbossen. Ze maken hun nest echter niet in een boom, maar in een holletje tussen de boomwortels. Soms komen grote aantallen zwarte mezen vanuit Oost- en Noord-Europa naar onze streken. Je kunt ze dan tegenkomen aan pinda- en vetbollen bij huis!
Momenteel (december 2008) zijn ze volop in het dorp aanwezig. Het aantal broedparen is de afgelopen jaren sterk afgenomen. Op Schiermonnikoog zijn broedgevallen zeldzaam.  In de zomer eet de zwarte mees voornamelijk insecten, in de winter zaden.

bos, dorpincidentele broedvogel, doortrekker, wintergastherfst, winter


Zwarte roodstaart
Phoenicurus ochruros
De zwarte roodstaart is een kleine, donkergrijze vogel met een roodbruine staart en stuit. Wanneer hij gaat zitten trilt de staart. Het mannetje is in de broedtijd grijszwart gekleurd. Het vrouwtje is lichter van kleur. 
Zwarte roodstaarten eten voornamelijk insecten en doen dat meestal door vanaf een zitplaats (tak, hekje) naar de grond te vliegen en daar het insect te pakken. Broeden doet de zwarte roodstaart het liefst in rotsachtige gebieden. Omdat we die hier niet hebben, nestelt hij hier vooral in en om gebouwen. De meeste zwarte roodstaarten overwinteren in het Middellandse-Zeegebied.
dorp, polderbroedvogel, doortrekkervoorjaar, zomer, herfst (inc.: winter)


Illustraties: Elseviers Gids van de Europese Vogels, 1977

afdrukken