Roofvogels en uilen


Boomvalk
Falco subbuteo

Vanaf half april heb je kans er een te treffen: een boomvalk. Meestal is het een vogel die op weg naar noordelijker gelegen broedgebieden is, maar vanaf 2001 broedt er af en toe ook een paartje op het eiland.
De boomvalk lijkt op de torenvalk, maar is donkerder en heeft langere vleugels en een kortere staart. De koptekening is ook heel anders: zwart-wit, met een kenmerkende witte, omhoogwijzende wangvlek. De vogels jagen op grote insecten zoals libellen, maar ook kleine vogels staan op het menu. Na de broedtijd maken ze een lange en gevaarlijke reis: ze overwinteren in zuidelijk Afrika!

dorp, duinen, bos doortrekker, broedvogelapril - oktober

Bruine en blauwe kiekendief
Circus aeruginosus, Circus cyaneus

De bruine kiekendief is de algemeenste roofvogel van Schiermonnikoog. De vogel maakt het nest in riet en lage struiken. De blauwe kiekendief is kleiner en zeldzamer en maakt het nest in lagere vegetatie. Het mannetje van de blauwe kiekendief is mooi blauwgrijs. Het vrouwtje lijkt meer op de bruine kiekendief, maar heeft een opvallende witte stuit.

Westerplas, kwelderbroedvogelhele jaar

Buizerd
Buteo buteo

In de wintermaanden zie je op Schiermonnikoog vrij veel buizerds. Als broedvogel is de buizerd veel zeldzamer, al broedt hij tegenwoordig wel jaarlijks op het eiland. De buizerd is een forse roofvogel die niet echt snel en wendbaar is. Een echt spectaculaire rover is het dan ook  niet; hij voedt zich meestal met muizen, grote insecten, zieke dieren en aas. Onder buizerds zijn grote kleurverschillen: van bijna wit tot heel donkerbruin. Om het nog wat ingewikkelder te maken vliegen er op Schiermonnikoog ook ruigpootbuizerds rond. Dit is een broedvogel uit het hoge noorden, die alleen door kenners van een gewone buizerd is te onderscheiden.

polder, duinbroedvogelhele jaar


Havik

Accipiter gentilis
Sinds een aantal jaren broedt de havik in de bossen op Schiermonnikoog. Het is een grote roofvogel, die lijkt op een vergrote uitvoering van de sperwer.
De prooien van de havik zijn groot: o.a. duiven, eksters, kauwen en konijnen staan op zijn menu. De havik gebruikt jarenlang hetzelfde nest.
dorp standvogelgehele jaar

Kerkuil
Tyto alba

Wie in de schemering of nacht door het dorp rijdt of fietst, kan af en toe een uil tegenkomen.  Soms zie je er een in het schijnsel van een straatlantaarn of hoor je een roepende of krijsende uil.
De kerkuil is sinds de jaren '90 een vaste verschijning op Schiermonnikoog. Elk jaar zijn er wel enkele broedgevallen, zowel in boerderijen in de polder als in schuren in het dorp.
De kerkuil is gemakkelijk herkenbaar aan het witte, hartvormige gezicht. De onderzijde is wit tot lichtbruin, de bovenkant licht grijsbruin.
Kerkuilen eten voornamelijk spitsmuizen. Sinds de komst van de veldmuis naar Schiermonnikoog (in 2003) staan die ook op zijn menu. Slechts zelden staat een zangvogeltje op het menu van de kerkuil.  

dorp, polderbroedvogel, standvogelgehele jaar


Ransuil
Asio otus

De meeste uilen zijn nachtvogels. Daarom zie je ze niet vaak. Ransuilen verraden hun aanwezigheid soms door de braakballen die ze laten vallen. Braakballen bestaan uit de onverteerbare resten van hun prooi, zoals muizen en vogels. Dat doen ze vooral onder de boom waarin ze overdag slapen. In de winter hebben ransuilen de gewoonte om bij elkaar in een boom te gaan slapen. Bij voorkeur gebruiken ze daarvoor dichte dennenbomen, waardoor ze moeilijk te zien zijn. We noemen dat een roestplaats.

In het vroege voorjaar gaan ze er op uit om een nestplaats te zoeken. Op Schiermonnikoog is alleen een broedgeval bekend uit 2003. Omdat ransuilen ’s nachts jagen, is het erg moeilijk om een broedgeval te lokaliseren.  In de braakballen van ransuilen zijn, behalve veren en botjes, soms vogelpootjes te vinden met daarom nog een ring. In twee gevallen bleek de ransuil een bonte strandloper te hebben gegeten. Het grootste deel van het uilenmenu bestaat echter uit muizen.
   
bos, dorpincidentele broedvogel,  wintergasthele jaar

Ruigpootbuizerd
Buteo lagopus

De ruigpootbuizerd lijkt erg op de gewone buizerd. Kenmerkende verschillen zijn de volledig bevederde poten (bij de buizerd deels kaal (geel)), de lichte onderkant met donkere 'polsvlekken' en de lichte bovenstaart met een donkere band aan het einde.
Ruigpootbuizerds broeden in het noorden van Europa, Azië en Amerika en komen in de winter naar het zuiden. Ze eten hier vooral muizen. Soms staat een ruigpootbuizerd, net als een torenvalk, te 'bidden'.
Op Schiermonnikoog zie je het ene jaar haast geen ruigpootbuizerds en het andere jaar is de soort veel vaker te zien.

kwelder, duinen, bosdoortrekker, wintergastherfst, winter, voorjaar

Slechtvalk
Falco peregrinus

De meeste kans om op Schiermonnikoog een slechtvalk te zien heb je op het strand. Vooral in de periode van herfst tot voorjaar kom je hem de laatste jaren regelmatig tegen. Opvallend zijn de donkere ‘bakkebaarden’ aan weerskanten van zijn kop. Slechtvalken jagen op doortrekkende vogels, waarbij ze in duikvlucht de ongelooflijke snelheid van meer dan 350 km per uur kunnen halen! Wanneer ze een prooi hebben gevangen plukken ze die op een balk of kistje langs het strand. Vaak vind je daar dan de resten in de vorm van veren, poten en afgekloven botten.  In 1926 en 2002 heeft er een slechtvalk op het eiland gebroed. Wie weet gebeurt dat in de toekomst nog eens, want na een periode waarin deze mooie roofvogel bijna was verdwenen, zien we nu een duidelijke toename.

kwelder, stranddoortrekker, wintergasthele jaar

Sperwer
Accipiter nisus

Wanneer je een grijze schim met flinke snelheid laag door de struiken ziet vliegen heb je een goede kans dat het een sperwer is. De sperwer is, in tegenstelling tot de torenvalk, een echte laagvlieger. Hij scheert over en door struiken en langs heggen en verrast dan plotseling een vink, huismus of merel. Bij die jacht gebeurt het wel eens dat een sperwer een ruit over het hoofd ziet. Zo'n botsing loopt soms fataal af. Het vrouwtje is groter dan het mannetje en kan zelfs een houtduif aan!  De meeste kans om een sperwer te zien heb je in herfst en winter, vooral in en om het dorp. Broeden doet de sperwer hier in soms in het dennenbos, meestal maar één of twee paren.

dorp, bosdoortrekker, wintergast en broedvogelhele jaar

Velduil
Asio flammeus

De velduil is een van de weinige uilensoorten die ook overdag actief zijn. Zo kun je soms een velduil tegenkomen wanneer je een wandeling over de Oosterkwelder maakt. Soms ook (in de herfst en soms in de  winter) vliegt er een velduil op uit een duinpan in de buitenduinen. In deze periode vormen ze soms groepjes tot wel tien vogels. Een vliegende velduil is een vreemd gezicht: het lijkt wel of er geen kop aan de vogel zit!
Dat komt door de korte nek en de grote kop die direct aan de romp vast lijkt te zitten.
Broeden doet de velduil ook op Schiermonnikoog, voornamelijk op de kwelder ten oosten van de Kobbeduinen. Hun voedsel bestaat hier vooral uit veldmuizen, maar soms vliegen ze ook het wad over, naar het vasteland. Hoe we dat weten? Er zijn braakballen gevonden met schedels van mollen er in. En die komen op Schiermonnikoog niet voor!
 
kwelder, duinenbroedvogelhele jaar (zeldzaam in de winter)


Visarend
Pandion haliaetus

Visarenden zijn alleen op doortrek op Schiermonnikoog te zien. De meeste kans daarop heb je van eind april tot eind mei en van eind augustus tot eind september. Goede plekken zijn de Westerplas, waar soms een vogel in de struiken gaat rusten, de polder en het wad, maar ook daarbuiten kun je hem soms zien. Wanneer een visarend boven het wad of de polder vliegt, gaan alle vogels met veel kabaal de lucht in. Soms staat een visarend te 'bidden'. Ze leven voornamelijk van zoetwatervissen die ze, met hun scherpe klauwen vooruitgestoken, grijpen. Om goed houvast te hebben op de gladde vissenhuid heeft de visarend kleine stekels onder zijn poten.
 Er broeden veel visarenden in Zweden en Finland, maar ook in Duitsland en Schotland zijn enkele tientallen broedparen. Verder komt de visarend in vrijwel alle delen van de wereld voor, met uitzondering van Zuid-Amerika.
  
Westerplas, wad, polder doortrekkervoorjaar, najaar


Illustraties: Elseviers Gids van de Europese Vogels, 1977

imprimer