Steltlopers, strandlopers en plevieren

Bontbekplevier
Charadrius hiaticula

De bontbekplevier doet zijn naam eer aan: dit kleine, bruin-wit gekleurde steltlopertje heeft een witte halsband, aan weerszijden met een zwarte streep afgezet. Op het voorhoofd bevindt zich een witte vlek binnen de zwarte band. Dat bonte geheel loopt op gele poten over het wad en het strand.
Broeden doet de bontbekplevier maar af en toe op Schiermonnikoog en dan het liefst op kale plaatsen waar veel schelpen liggen. Zo hebben ze in voorgaande jaren onder meer op het terrein van de jachthaven gebroed, waarbij ze zich niet veel aantrokken van de bedrijvigheid. Ook schelpenbanken op het Rif en het strand zijn geliefde broedplaatsen.
In augustus en september zijn vaak flinke groepen op het wad aanwezig.

strand, wadbroedvogel, doortrekker maart - oktober

Drieteenstrandloper
Calidris alba

Wie een strandwandeling maakt langs de zeereep komt ze haast altijd tegen: kleine, lichtgekleurde vogeltjes die voortdurend heen en terug rennen met de golven die het strand op- en aflopen. Ze bewegen hun pootjes zo snel, dat het lijkt alsof het opwindvogeltjes zijn. Zou dat iets te maken hebben met het missen van de achterste teen? Of is dat laatste de reden dat ze nauwelijks op het wad komen? Af en toe stoppen ze abrupt en pikken met hun snavel kleine beestjes uit het natte zand.
Drieteenstrandlopers zijn in de zomer veel donkerder van kleur. Maar dan zie je ze hier niet veel, want ze broeden in Canada, Groenland en Siberië. Daar legt het vrouwtje vier eieren, die meestal afwisselend door mannetje en vrouwtje worden bebroed. Zo heeft elk ook wat tijd om te eten. Er zijn echter gevallen bekend, waarbij het vrouwtje twee nesten met vier eieren legt, die door respectievelijk het mannetje en het vrouwtje worden uitgebroed. Veel tijd om te eten blijft er dan niet meer over!
 In voor- en najaar zijn ze hier het meest te zien, maar ook in de winter blijft er altijd een aantal. Een deel van de drieteentjes trekt echter veel verder naar het zuiden: tot langs de stranden van Zuid-Afrika toe! 

stranddoortrekker, wintergastherfst, winter

Goudplevier
Pluvialis apricaria

Goudplevieren zitten graag in grote groepen bij elkaar. In tegenstelling tot zilverplevieren, die juist meestal alleen opereren. In het najaar en de winter zitten er veel goudplevieren op Schiermonnikoog. Meestal zie je ze in de polder, in het gras of op een stoppelveld. Vaak zitten ze in de buurt van kieviten, van wie ze ook familie zijn.
In de winter is de goudplevier een onopvallende vogel, hij is dan helemaal bruin. Natuurlijk wel met een goudgespikkelde rug, zoals zijn naam al zegt. In zomerkleed ziet de goudplevier er veel uitgesprokener uit met zijn zwarte buik, nek en masker.
Goudplevieren broeden op de toendra, onder andere in Scandinavië en IJsland. Daar laat het mannetje de hele zomer zijn melancholieke zang horen. Als je geluk hebt kun je dat prachtige geluid in de nazomer ook op Schiermonnikoog horen.

polder, soms op het wad doortrekker, wintergasthalf juli-half mei

Grauwe franjepoot 
Phalaropus lobatus


De grauwe franjepoot is een broedvogel van Noord-Amerika, IJsland, Scandinavië en Noord-Siberië.
De vogels overwinteren in de Indische Oceaan. Op doortrek zijn hier af en toe exemplaren te zien. Ze vertoeven dan met name in zoetwatergebieden en plassen op het groene strand en de kwelder. De soort lijkt buiten de broedtijd erg op de rosse franjepoot, maar die heeft een veel dikkere snavel. Heel opvallend is het gedrag van franjepoten: ze zwemmen voortdurend rondjes, waarbij ze jagen op waterdiertjes aan het oppervlak. Ze zijn niet schuw, waardoor je ze vaak heel dicht kunt benaderen.

Westerplas, kwelder doortrekkervoorjaar, winter

Groenpootruiter
Tringa nebularia

Veel vogels op het wad staan erg hoog op de poten. Hierdoor worden dit soort vogels ook wel steltlopers genoemd. Een van de beste voorbeelden van een steltloper is de groenpootruiter. Het dier heeft erg lange, groene poten, waarmee het meestal in ondiep water naar voedsel zoekt. Verder is de vogel lichtgrijs met een lange, loodgrijze snavel. Groenpootruiters broeden in Schotland, Scandinavi en Noord-Rusland. In Nederland zijn ze vooral in april-mei en augustus-oktober te vinden.

wad, kwelderdoortrekkerapril - oktober

Grutto
Limosa limosa<

Begin maart komen de eerste grutto's weer vanuit Afrika op het eiland aan. Veel vogels trekken nog door naar Oost-Europa. Een klein aantal blijft op Schiermonnikoog. Eigenlijk is de grutto een echte weidevogel, maar in de polder zijn ze helaas vrij zeldzaam geworden. Op het eiland broeden er ook enkele grutto's op de Oosterkwelder.
Al met al gaat het op Schiermonnikoog, net als in de rest van Nederland, niet erg goed met de grutto. En dat is jammer, want het is een prachtige vogel met een steenrood verenkleed en een opvallend lange snavel. Wat verder opvalt aan de grutto is dat hij in het voorjaar veel en hard zijn eigen naam roept.

polder, wadbroedvogelmaart - augustus

Houtsnip
Scolopax rusticola

Wanneer in Scandinavië de winter invalt, gaan de houtsnippen massaal op de wieken. Veel vogels komen terecht in Nederland. De houtsnip is een schuwe bosvogel die bovendien goed gecamoufleerd is. Meestal zie je de vogel pas, als je er bijna bovenop staat en hij snel tussen de bomen wegvliegt. Rustig observeren met de verrekijker is er doorgaans niet bij.
Als er veel houtsnippen op Schiermonnikoog zijn, zoeken ze soms zelfs voedsel in boomrijke tuinen. Maar sommige komen op nog vreemdere plekken terecht, zoals op het strand of aan boord van schepen.

Wanneer ook hier de winter invalt vliegen de snippen door naar Frankrijk. Voor vele is hier de poelier het eindstation. Als de houtsnippen de winter overleven, keren ze in maart - april terug. Ook in het bos op Schiermonnikoog broedt de houtsnip. In het voorjaar zijn in de schemering vaak mannetjes te zien die hun baltsvlucht uitvoeren.
Plekken om op Schiermonnikoog houtsnippen te zien zijn de omgeving van de Berkenplas (het hele jaar), Bunker de Wassermann (baltsvluchten in het voorjaar) en het dennenbos (vooral in de winter).

bos, duinbroedvogelhele jaar

Kanoet
Calidris canutus

De kanoet is een echte wadvogel. Vooral in augustus kom je ze tegen op het wad. Met hoog water rusten ze aan de rand van de kwelder en op het Rif.  Kanoeten eten vooral nonnetjes. Omdat die bijna zijn verdwenen uit de Waddenzee eten ze noodgedwongen ook jonge kokkels en mossels.  Het wordt echter moeilijker voor ze om voldoende voedsel te vinden, omdat er in jonge kokkels minder vlees zit dan in nonnetjes.
In broedkleed is de kanoet prachtig oranjebruin op buik en borst. Broeden doen kanoeten in Alaska, Canada, Groenland en Siberië. Om de achttien uur lossen mannetje en vrouwtje elkaar af.
Als de jongen groot zijn vliegen ze eind juli alweer naar het zuiden. De vogels uit Siberië trekken door naar Afrika; vogels uit Alaska en Groenland blijven de winter hier.
In de herfst krijgt de kanoet een grijs verenkleed. De aantallen overwinterende kanoeten wisselen de laatste jaren sterk. Mogelijke oorzaken zijn de opwarming van het zeewater en de hoeveelheid nonnetjes en jonge kokkels in de Waddenzee. 

wad doortrekker, (wintergast) juli - oktober (juli - mei)

Kievit
Vanellus vanellus

Kiiiie-wiét, kiiiie-wiét! In het vroege voorjaar is de kievit een van de eerste vogels die luidkeels aankondigen dat de lente nu toch écht is begonnen! In duizelingwekkende salto's duikelen ze door de lucht om even verderop met luid zoevende vleugels laag over het weiland te scheren.
Vooral in de polder zie je veel kieviten. Daar broeden ze graag in het korte gras, maar ook op de kwelder en zelfs op het groene strand kom je broedende kieviten tegen.
Na 28 dagen komen de eieren van de kievit uit en wanneer je in mei door de polder loopt zie je ze soms in de buurt van de ouders rondscharrelen. Ze gaan zodra ze uit het ei zijn op pad. Kieviten eten wormen, slakjes, insecten en andere kleine beestjes. In zachte winters zie je het hele jaar door kieviten op Schiermonnikoog. In de winter zijn dat vogels uit noordelijker streken.

polder, kwelder, groene strandbroedvogel, doortrekkerHele jaar

Rosse grutto
Limosa lapponica

Rosse grutto's in broedkleed zijn prachtig van kleur: donker roodbruin. Buiten de broedtijd vervaagt die kleur naar licht bruingrijs. Het zijn enorm goede vliegers: een gezenderde rosse grutto heeft het gepresteerd om meer dan 10.000 km aan één stuk door te vliegen!! De rosse grutto's die je hier ziet hebben ook een flinke reis gemaakt: non-stop van de Siberische broedgebieden of het overwinteringsgebied in Mauritanië naar hier; ruim 4000 km. Geen wonder dat ze de hele periode dat het wad droog ligt gebruiken om wadpieren en zeeduizendpoten te vangen. Zo maken ze weer voldoende vet aan voor de volgende etappe.

wad, kwelder, stranddoortrekker; zomer- en wintergasthele jaar

Scholekster
Haematopus ostralegus

Zwart-witte vogel met een opvallende rode snavel. De scholekster is een echte lawaaimaker en roept steeds luidruchtig 'te-piet, te-piet, te-piet'. Scholeksters zijn op het wad en in de polder erg algemeen.

wad, polder, strandbroedvogelhele jaar


Strandplevier
Charadrius alexandrinus

De strandplevier is een onopvallende kleine steltloper. Een goede plek om hem te zien is het strand langs de geul tussen paal 2 en 3. Daar scharrelt hij rond tussen het aanspoelsel, op zoek naar hapjes. Hij houdt van open strandvlaktes. Je herkent de strandplevier aan de donkere vlek aan de zijkant van de borst en aan de donkere kopvlek. Hij lijkt qua grootte op de bontbekplevier, maar die heeft een doorlopende borstband. Strandplevieren overwinteren aan de kusten van de Middellandse Zee en Afrika.

strandbroedvogel, doortrekkerapril - september


Steenloper
Arenaria interpres
In het Engels heet de steenloper 'Turnstone'.  Dat is niet zo'n gekke naam. Let maar eens een poosje op deze vogel wanneer je hem aam de wadkant of op het strand, langs de vloedlijn of in aanspoelselveldjes langs de eblijn ontdekt. Je ziet dan dat hij met z'n snavel schelpjes, zeewier en aan de wadkant inderdaad steentjes omwipt en dan lekkere hapjes oppikt. Bij hoog water zitten ze graag op stenen langs de steigers of op balken van beschoeiingen. Het merendeel van de steenlopers overwintert in Afrika, maar elke winter blijft een klein deel hier.

wad, stranddoortrekker, wintergasthele jaar, maar vooral voorjaar en nazomer

Tureluur


Tureluurs vallen (zoals veel vogels) vooral op in het voorjaar. Wanneer je dan door de polder fietst geven ze met hun roep op doordringende wijze blijk van hun aanwezigheid. Maar ook in andere jaargetijden kom je ze tegen. In het vroege voorjaar zie je ze veel wanneer je langs de dijk fietst of wandelt. In het slik lopen ze te zoeken naar lekkere hapjes, zoals wormen en kleine schelpdieren.
Hoewel je het hele jaar door tureluurs ziet, blijft geen enkele vogel het gehele jaar hier. Onze broedvogels vertrekken na het broeden naar West-Afrika. Tureluurs uit Scandinavië vertoeven aan het eind van de zomer  in het waddengebied, waarna ze ook naar Afrika vertrekken. In augustus komen tureluurs uit IJsland hier aan. Zij blijven hier overwinteren en gaan in het voorjaar weer naar hun IJslandse broedgebieden. We hebben hier dus broedende, doortrekkende en overwinterende tureluurs.
Om tureluurs van te worden!!

groene strand, kwelder, polder, wadbroedvogelhele jaar

Paarse strandloper
Calidris maritima

De grootste kans om een paarse strandloper tegen te komen, heb je aan de zuidkant van het eiland. Hier zie je soms een vogel op de stenen langs de dijk of langs een van de steigers. In tegenstelling tot bonte-  en kanoetstrandlopers zie je de paarse strandloper altijd alleen. Hij valt op door de donkere kleur en de gele poten. Ook de snavelbasis is geel. De vogel is niet schuw en vaak dicht te benaderen.

wad, stranddoortrekker, wintergastherfst, winter

Watersnip
Gallinago gallinago

Watersnippen laten je schrikken: op het laatste moment, vlak voor je, vliegen ze plotseling op onder het slaken van enkele schelle kreten. Ze zigzaggen dan laag over de grond en strijken plots weer neer. 
Jammer genoeg broeden er de laatste jaren geen watersnippen meer op Schiermonnikoog en is dus ook het karakteristieke, mekkerende geluid niet meer te horen in het voorjaar. Ze maken dit door in duikvlucht hun buitenste staartveren te laten trillen; vandaar hun bijnaam ‘hemelgeit’. Verdroging en verruiging zijn mogelijke oorzaken van hun achteruitgang. Ze zoeken met hun lange, gevoelige snavel naar larven en insecten en kunnen dat alleen in zachte, natte bodems.

kwelder, Westerplas, groene stranddoortrekkerjuli - februari

Witgat(je)
Tringa ochropus

Bij vogeltrek denken veel mensen aan oktober. Dat de herfsttrek al druk gaande is als onze zomervakantie nog maar nauwelijks begonnen is, is minder bekend. Toch zijn op het moment dat de bladeren gaan vallen al veel vogels ver in Afrika. Ook het Witgatje begint al snel aan de herfsttrek. De vogel, die wat lijkt op een tureluur met grijsgroene poten, nestelt in Noord Europa. Na het broeden hebben de vogels niets meer in het noorden te zoeken. Al in juni verschijnen de eerste volwassen vogels in het waddengebied. De doortrek gaat door van juli tot eind september.
Het Witgatje zit het liefst bij kleine plasjes en slenken. Plassen in de duinen en de slenken op de Oosterkwelder zijn mooie plekken om de vogel te zien. Meestal zie je het Witgatje trouwens pas als hij van je schrikt en roepend opvliegt. Het enige wat opvalt, is een snel verdwijnende helderwitte stuit.

kwelder, Westerplas, duindoortrekkermaart-oktober

Wulp
Numenius arquata

Kenmerkend voor een wulp is zijn kromme, naar beneden gebogen snavel ('een wulp kijkt naar z'n gulp'). Een ander opvallend kenmerk is het geluid dat hij maakt: jodelen wordt het genoemd. In het voorjaar hoor en zie je ze vooral op de kwelder en in de duinen, waar ze broeden. Sommige wulpenvrouwtjes laten de verzorging van de jongen over aan manlief: na het uitkomen van de eieren gaat ze er al vandoor, op weg naar het warme zuiden!
Buiten de broedtijd kom je ze vooral tegen op het wad en in de polder, waar ze met hun lange snavel in de bodem op zoek zijn naar lekkere hapjes. Het uiteinde van hun snavel is uiterst gevoelig en het is een belangrijk instrument bij het opsporen van dat voedsel (wormen, insectenlarven, krabben, garnalen).

kwelder, duinen, polder, wadbroedvogelhele jaar

Zwarte ruiter
Tringa erythropus

Wie bij zwarte ruiter denkt aan een zwarte vogel komt bedrogen uit.  Wanneer zwarte ruiters hier op doortrek zijn, lijken ze meer op een tureluur, met langere, meer rode poten! Je komt ze vooral op het wad en in de geul langs de noordwestkant van het eiland tegen.
Alleen in de broedtijd heeft het mannetje een zwartgrijs  lichaam. In de winter is hun lijf lichtgrijs geworden.  Zwarte ruiters broeden op de toendra's van Noord-Europa en Siberië. Ze trekken in de winter naar gebieden in Zuid-Europa en zijn dan ook vaak op doorreis bij ons te zien.  Zo'n 10% van de wereldpopulatie doet ons land tijdens de trek aan.

wad, kwelder, strand, Westerplasdoortrekker, winter- en zomergasthele jaar (gering aantal in zomer en winter)

Zilverplevier
Pluvialis squatarola

September is een leuke maand om naar het wad te gaan. Bijna alle soorten vogels die op het wad voorkomen zijn in deze tijd te zien. Een voordeel daarbij is dat, zeker aan het begin van de maand, veel vogels nog in zomerkleed zijn. Met zijn zwarte borst, keel en kop en de witte hals is de zilverplevier een chique vogel om te zien. Het winterkleed, waarin grijs de boventoon voert, is veel minder opvallend. In tegenstelling tot veel andere wadvogels gedraagt de zilverplevier zich als een eenling; zelden zie je een groep van deze vogels. Hiermee verschilt hij van de goudplevier die juist bijna altijd in groepen opereert. Zilverplevieren zijn in Nederland voornamelijk in de buurt van zout water te zien. Op Schiermonnikoog is het wad bij de Bank van Banck en de Jachthaven een goede plek. Ook op het Noordzeestrand ten westen van Paal 5 heb je een grote kans op deze vogel.

wad, stranddoortrekker, winter- & zomergasthele jaar (minst in juni)


Illustraties: Elseviers Gids van de Europese Vogels, 1977

print