Reigers en lepelaars

Deze vogels zijn vaak goed waar te nemen vanuit de vogelkijkhut bij de Westerplas.

Lepelaar
Platalea leucorodia


De lepelaar is een vrij grote witte vogel met een opvallende lange, platte snavel. De lepelaars hebben rond 1990 Schiermonnikoog ontdekt, nadat de kolonies op het vaste land door vossen waren verdreven. De lepelaarskolonie ligt op de kwelder.

kwelder, wad, Westerplasbroedvogelapril - augustus

Kleine zilverreiger
Egretta garzetta

De eerste kleine zilverreiger in Nederland werd in 1972 waargenomen. Sinds enkele jaren broeden er kleine zilverreigers op Schiermonnikoog. Het eerste broedgeval in Nederland was in 1994. Op Schiermonnikoog werd voor het eerst in 1999 met zekerheid gebroed.
In 2006 waren er op de Oosterkwelder vijf broedparen met in totaal acht jongen. Wie kleine zilverreigers wil zien kan ze in de tweede helft van augustus en in september vaak zien zitten in de wilgen  in de Westerplas. Vanaf de duintjes langs het fietspad, direct ten westen van de Bank van Banck, kun je ze dan goed zien. In de herfst trekken de meeste kleine zilverreigers naar zuidelijker streken om daar te overwinteren.

Westerplasbroedvogel, doortrekkerapril - november

Grote zilverreiger
Casmerodius albus


De grote zilverreiger breidt zich in ons land de laatste jaren flink uit. Ook op Schiermonnikoog zie je er steeds meer. Vooral de Westerplas is een geliefde verblijfplaats. In tegenstelling tot de kleine zilverreiger overwintert de grote zilverreiger wel in ons land. Behalve aan de grootte is deze reiger gemakkelijk van zijn kleine broer te onderscheiden door de kleur van de snavel: zwart bij de kleine en geel bij de grote zilverreiger.   
Westerplas, kwelderbroedvogel, standvogelgehele jaar

Roerdomp
Botaurus stellaris

De Westerplas wordt omringd door brede, oude rietzomen. Heel veel vogels voelen zich veilig in dit onoverzichtelijke biotoop. Eén van de meest mysterieuze vogels van het rietland is de roerdomp. Het is een vrij grote, reigerachtige vogel, die zich ondanks zijn formaat maar nauwelijks laat zien. Hooguit zie je soms een bruinige schim laag over de riethalmen vliegen, die dan snel weer in het geel en bruin van het rietland verdwijnt. Het enige opvallende aan de vogel is zijn roep. Dit is een vèrdragend laag geluid, dat meest nog op een misthoorn lijkt. Roerdompen roepen vooral in maart en april. De beste kans om ze te horen is in de late avond en vroege ochtend. In het rietland rond de Westerplas houden zich twee paartjes schuil. Een andere plek waar roerdompen broeden zijn de rietlanden langs de oude reddingsweg (in de buurt van Vredenhof).

Westerplasbroedvogelhele jaar


Illustraties: Elseviers Gids van de Europese Vogels, 1977

print