Planten zonder bloemen of met onduidelijke bloemen

Bekermos
Cladonia sp.

In de winter zijn er weinig bloeiende planten. Tijd om eens te gaan letten op de veelheid aan mossen en korstmossen die in de duinen groeit. Een van de opvallende soorten is het bekermos, een korstmossoort. Een korstmos bestaat uit een alg en een schimmel die elkaar nodig hebben: de alg zorgt voor de aanmaak van suikers; de schimmel zorgt voor bescherming tegen uitdrogen en vraat.
Korstmossen kunnen erg goed tegen hitte, kou en droogte. Bekermos groeit dan ook veel op de vrij kale duinen direct achter de zeereep. Er zijn veel verschillende soorten bekermos die moeilijk uit elkaar zijn te houden. Wie de moeite neemt om zo'n bekermos van dichtbij te bekijken, ziet hoe prachtig van vorm dit mos is. Over de bodem uitgespreid ligt een deel van het 'blad', terwijl daaruit kleine 'bekers' groeien. Korstmossen vermeerderen zich op twee manieren: door sporen die in verschillende delen van de plant worden gevormd, maar ook door het afsnoeren van kleine stukjes, die daarna zelfstandig verder kunnen groeien.

duinenbloei: hele jaar

Blaaswier
Fucus vesiculosus L

Op de basaltkeien van de steigers en op de oester- en mosselbanken op het wad groeit het blaaswier. De vertakte, platte, bruine stengels liggen bij eb plat op de ondergrond, maar in het zeewater staan ze vaak mooi rechtop. Aan de uiteinden groeien in de zomer bolle kussentjes. Hierin bevinden zich de voortplantingsorganen.
Blaaswier dat op het strand aanspoelt en vaak uit dieper water komt heeft steeds twee luchtblazen aan weerszijden van de bladnerf. Bij blaaswier uit de ondiepe Waddenzee vind je die meestal niet.
De voortplanting van blaaswier gebeurt door middel van zaadcellen en eicellen die zich vormen in de blazen aan de uiteinden van de stengels. Onderzoekers in Amerika ontdekten dat blaaswier de voortplantingsproducten alleen loslaat, als het water rustig is.
Zoals veel zeewieren wordt ook blaaswier gebruikt in de voedings- en geneesmiddelenindustrie. Zo worden er vermageringscapsules van gemaakt die de spijsvertering versnellen en een "vol"  gevoel geven. Ook zit er in blaaswier veel jodium.     

strand, wadbloeitijd: hele jaar

Dooiermos
Xanthoria sp.

Dooiermos is een korstmos. Korstmossen zijn eigenlijk twee-planten-in-één: ze bestaan uit een alg en een schimmel. De alg en de schimmel kunnen niet zonder elkaar: ze leven in symbiose met elkaar.
Er groeien op Schiermonnikoog enkele soorten dooiermos. Het groot dooiermos en het oranje dooiermos zijn algemene korstmossoorten, die op veel plaatsen te vinden zijn. Oude, ruwe dakpannen en muren zijn vaak goede groeiplaatsen. Ook op basaltkeien langs de dijk vind je deze soorten, evenals op oude takken van vlieren. Dooiermossen vallen vooral op door hun donkergele, soms haast oranje kleur. In de wintermaanden zie je ze nog beter, omdat dan veel bomen en struiken hun blad hebben verloren, waardoor de bast goed te zien is.

bos, duin, dorphele jaar

Duindoorn
Hippophae rhamnoides

De duindoorn valt het meest op wanneer ze vrucht draagt. Knaloranje zijn de bessen, die vanaf eind augustus rijp beginnen te worden. Die bessen zijn al heel lang een belangrijke bron van vitamine C: al meer dan 1000 jaar geleden werden ze in Tibet gebruikt tegen gebrek aan eetlust, bloedend tandvlees etc.! Nog steeds wordt van (gekweekte) vruchten sap gemaakt en ook wordt er duindoornolie uit gewonnen.
Duindoorn groeit op kalkrijke plekken in de duinen. Op Schiermonnikoog zijn dat vooral de jonge, buitenste duinen. De duindoorn leeft in symbiose met een bacterie die in wortelknolletjes stikstof bindt. De duindoorn gebruikt een deel van deze voedingsstof zelf, maar er blijft ook nog stikstof over, die door andere planten kan worden gebruikt. Daardoor doen vlieren en bramen het bij duindoorns vaak goed.

duin, Westerplasbloei: april - mei;  vruchten: september - december

Duinsterretje
Syntrichia ruralis

De Nederlandse winter wil nog wel eens zacht en regenachtig verlopen. Jammer voor schaatsers en winterliefhebbers, leuk voor mensen die graag naar mossen kijken. Bij droogte en vorst zien de mossen er vaak doods en verschrompeld uit, maar bij regenachtig weer leven ze plotseling weer op. Zeker de oudere duinen van Schiermonnikoog staan vol met heel veel verschillende mossoorten. Een van de meest algemene soorten is het duinsterretje. Dit is een laag, heldergroen mos dat met wat fantasie op een sterretje lijkt. In een periode van droogte verkleurt het mos tot roodbruin, maar na een regenbui zijn de moskussentjes weer binnen een paar uur lichtgroen.

duinhele jaar

Eikvaren
Polypodium vulgare

Varens zijn heel oude planten. Al 400 miljoen jaar geleden kwamen ze voor. Ze behoren, met groepen als wieren en paardestaarten, tot de 'lagere' planten. Ze vermenigvuldigen zich door wortelstokken te maken en door sporen.  Pas later zijn de 'hogere' planten (met zaden) ontstaan.
De eikvaren is een algemene varen die in de duinen groeit.
Eikvarens houden van een vochtige omgeving en niet van de zon. Vandaar dat je ze voornamelijk op noordelijk gelegen duinhellingen tegenkomt.  Op de vruchtbare bladen maakt de eikvaren sporen aan die in ronde kapsels aan het blad zitten vastgeplakt. Als een spore op vochtige grond terechtkomt ontstaat een zogeheten "voorkiem" van slechts een halve mm groot met mannelijke en vrouwelijke reproductieorganen. Via een waterlaagje op deze voorkiem zoeken de mannelijke geslachtscellen de vrouwelijke geslachtcellen op en vindt bevruchting plaats. En ziedaar: weer een nieuwe varenplant! 
Eikvarens zijn overblijvende planten en de bladen blijven in de winter groen.

duinenbloeitijd (sporen): juli - september

Gewoon klauwtjesmos 
Hypnum cupressiforme

Nu de meeste bomen en struiken kaal zijn is het een goede gelegenheid  om naar mossen te kijken. Die blijven in de winter  groen. Gewoon klauwtjesmos is een algemene mossoort die goed tegen vervuilde lucht kan en die zowel op de grond als op bomen is te vinden. Het behoort tot de slaapmossen. De Latijnse naam Hypnum is afgeleid van Hypnos, de Griekse god van de slaap. Waarom die naam gekozen is? Vroeger werd dit zachte mos gebruikt om matrassen mee te vullen! De Nederlandse naam is klauwtjesmos en dat heeft te maken met de toppen van de bladen: die steken als een klauwtje naar beneden.

duinen, dorp, bosgehele jaar

Gezaagde zee-eik
Fucus serratus

Gezaagde zee-eik is gemakkelijk te herkennen: het heeft geen luchtblazen maar is helemaal plat. Het blad is ca. 2 cm breed en de rand van het blad is gezaagd. De soort is tweeslachtig: vrouwelijke planten zijn donkerder van kleur dan mannelijke. De plant groeit onder in het getijdengebied. De gezaagde zee-eik  groeit niet in het waddengebied. Wel komt het voor in Zeeland en zuidelijker. Het spoelt op Schiermonnikoog wel af en toe aan. In o.a. Engeland wordt het wier geoogst vanwege de grote hoeveelheid vitamines en mineralen die in het wier voorkomen. Het wordt o.a. gebruikt in crèmes en cosmetica.

strandgehele jaar

Grote keverorchis
Neottia ovata

Orchideeën kent bijna iedereen als tropische, kleurige, grote bloemen uit bloemstukjes. Dat er in Nederland ook wilde orchideeën zijn, is bij minder mensen bekend. Toch staan er in Nederland tientallen soorten. De meeste zijn zeldzaam. Enkele soorten komen wat vaker voor.
Een hiervan is de grote keverorchis. De plant lijkt in niets op zijn kleurrijke neefjes uit de tropen. De bloemen zijn klein en hebben een onopvallende groene kleur. Tussen hoog gras valt de keverorchis nauwelijks op. Kevertjes kunnen de plant door zijn opvallende muskusgeur gemakkelijk vinden. De grote keverorchis staat graag op kalkrijke grond.
In Nederland is hij vooral in de duinen en in Zuid-Limburg te vinden. Hier is hij weinig kieskeurig. De plant komt zowel op weilandjes, in struikgewas als in loofbos voor. Op Schiermonnikoog is de orchidee in mei en juni bloeiend te vinden langs de Westerburenweg en langs het Westerduinenpad.

duin, Westerplasbloei: mei-juni

Grijs kronkelsteeltje
Campylopus introflexus

Het grijs kronkelsteeltje of cactusmos is een nieuwkomer in de Nederlandse duinen. In de jaren '40 dook het mos voor het eerst op in Europa. Er bestond een theorie dat het grijs kronkelsteeltje in de Tweede Wereldoorlog met legervoertuigen zou zijn meegekomen, maar dit is nooit bewezen. Wel heeft de plant hier de bijnaam tankmos aan te danken. Nadat in 1961 de eerste plantjes gevonden werden, heeft het mos in korte tijd de hele duinstrook veroverd.
Grijs kronkelsteeltje valt op door de dikke, uitgestrekte tapijten, waarin de mosplantjes heel dicht opeen staan. Met een loep is goed te zien dat alle blaadjes eindigen in een lange, lichtgrijze punt. Dit geeft het cactusmos een grijze kleur en een stekelig uiterlijk. Voor andere planten is het grijs kronkelsteeltje een plaag. In de dichte tapijten kan geen enkele andere plant groeien. Op sommige plekken worden zeldzame mossen door het grijs kronkelsteeltje geheel verdrongen.

duinhele jaar

Hauwwier
Halidrys siliquosa

Hauwwier is een wiersoort die alleen in West-Europa voorkomt, van het noorden van Noorwegen tot aan Portugal. Aan de Nederlandse kust groeit de soort niet, maar wel aan de Belgische kust. Wel spoelen af en toe planten van het hauwwier aan.
Hauwwier heeft opvallende lange 'hauwtjes', peulvormige langwerpige drijfblazen. Die gebruikt de plant om zich onder water overeind te houden. Elke hauw is verdeeld in kamertjes, waardoor het echt een peul lijkt.
strandhele jaar

Japans bessenwier
Sargassum muticum

Zoals de naam al doet vermoeden, komt Japans bessenwier bij Japan en in andere delen van de Grote Oceaan voor (Korea, China, Rusland). Via Engeland is het  ongeveer dertig jaar geleden ook naar ons land gekomen (waarschijnlijk met Japanse oesters). Omdat ook losse stukken van dit wier hun bevruchte sporen kunnen afgeven aan het water kunnen ze zich gemakkelijk voortplanten.
Ook aan andere kusten van West-Europa is de soort inmiddels ingeburgerd. Soms breidde het wier zich zo enorm uit, dat schepen er last van kregen doordat de lange stengels (tot wel 3 meter!) in de schroef kwamen. Ook koelwater-inlaten van fabrieken en schepen verstopten soms.
Japans bessenwier is eenvoudig te herkennen aan de vele kleine, met lucht gevulde bolletjes aan de plant. Wanneer je een stuk plat uitspreidt, zie je hoe regelmatig de plant is opgebouwd.
Het spoelt vooral aan wanneer het ten zuiden van Het Kanaal flink heeft gestormd. De zeestroming vervoert het dan vanuit het zuiden naar onze streken.

strandhele jaar

Kardinaalsmuts
Euonymus europaeus

In de zomer is de kardinaalsmuts een onopvallende struik. De bloemen, te zien in mei en juni, zijn klein en groen en vallen nauwelijks op. Pas in het najaar begint de kardinaalsmuts te schitteren. In tegenstelling tot de meeste struiken in de duinen verkleuren de bladeren niet geel, maar rozerood. Wanneer de bladeren in oktober zijn afgevallen, vallen vooral de vruchten op. Deze vruchten zijn helderroze 'doosjes'. Hieruit hangen vier oranje zaden. Deze zijn voor mensen giftig, maar worden door vogels veel gegeten. Kardinaalsmuts staat alleen op kalkrijke grond. Op de Waddeneilanden is de struik zeldzaam. De beste plekken om op Schiermonnikoog kardinaalsmuts te zien zijn Klein Zwitserland en de aangrenzende duinen.

duin, dorpbloei: mei - junivruchten: okt. - nov.

Knotswier
Ascophyllum nodosum

Knotswier is eenvoudig te herkennen: in de bruine steel bevinden zich op regelmatige afstand van elkaar grote ovale luchtblazen. Hierdoor staat het wier onder water rechtop.
Bij ons vind je knotswier vooral los aangespoeld langs het strand en soms langs het wad. Het is een algemene wiersoort die langs zowel de west- als oostkust van de Atlantische Oceaan voorkomt. Met een hechtschijf maakt ze zich vast aan de rotsen. Wanneer knotswier losraakt, blijft het nog een lange tijd, al drijvend,  in leven.
De voortplantingsorganen van knotswier bevinden zich in kleine knotsvormige bolletjes aan de zijtakken. Wanneer je die openmaakt, is de inhoud oranje (mannelijke plant) of groen (vrouwelijk). Knotwier is dus 'tweehuizig'.  Kleinere wiersoorten groeien vaak op knotswier.
  
strand, wadbloeitijd (voortplantingsorganen): november - maart

Leermos
Peltigera neckeri

In de korte begroeiing langs de schelpenpaden zie je momenteel grijsbruine plakkaten met gekroesde randen groeien. Wanneer je de rand, die veelal omhoog staat, goed bekijkt, zie je aan de onderkant wittige aderen lopen. Ook hangen er witachtige haren onder. We hebben te maken met leermossen. Leermossen zijn korstmossen en dus een samenleven van twee organismen: een schimmel en een alg.
Veel leermossen groeien graag op kalkhoudende grond. Door uitspoeling zijn de bermen van schelpenpaden dus prima plekken om te groeien! Er zijn verschillende, moeilijk uit elkaar te houden soorten.
Vroeger werd leermos o.a. gebruikt als geneesmiddel tegen hondsdolheid!

duinhele jaar

Parapluutjesmos
Marchantia polymorpha

Parapluutjesmos vormt een groene laag die op allerlei bodemsoorten groeit. Vooral op plekken met omgewerkte grond vind je de groene plakkaten. De soort is niet kieskeurig, dus ook in het dorp (tuinen) vind je dit mos. De plant zit met hechtdraden aan de onderkant vast aan de bodem. Ze plant zich op  twee manieren voort: met 'broedkorrels', die in kleine bekertjes op het blad zitten en door invallende regendruppels worden weggeslingerd, en door middel van sporen, die worden gevormd in kleine 'parapluutjes' aan de rand van de plant.
duinen, bos, dorpgehele jaar

Rendiermos
Cladina sp.

Rendiermos is een korstmos. Korstmossen zijn geen "echte" mossen, maar bestaan uit een alg en een schimmel. Deze leven nauw verstrengeld met elkaar en hebben voordeel van elkaar (symbiose). Rendiermos groeit op schrale, weinig begroeide plekken in de duinen. Het vormt daar enkele centimeters hoge kussens, die bij vochtig weer zacht zijn en bij droog weer hard. Het valt op door de lichte, grijsgroene kleur. In kerststukjes is dit mos nogal eens te vinden.
Omdat veel rendiermossoorten erg op elkaar lijken, is het determineren er van heel lastig.

duinenbloei: hele jaar

Riemwier
Himanthalia elongata



Riemwier groeit niet aan de Nederlandse kust. Wel zuidelijker, langs de Franse en Engelse rotskusten en ook aan de Noorse kust komt het voor. Wanneer het door stormen van de rotsen wordt geslagen, drijft het vaak honderden kilometers met de stroming mee. Zo spoelt aan het strand van Schiermonnikoog ook af en toe riemwier aan. Omdat het met brute kracht door de golven van zijn plaats is losgerukt, vind je vaak steentjes onder de voet van het wier. Als je geluk hebt, soms zelfs een schelp. Meestal is dat de schaalhoren, die met zijn napvormige schelp zat vastgehecht op de rots. Het wier is met schelp en al losgerukt en op reis gegaan. Zo kun je buitenlandse  schelpen op het strand van Schiermonnikoog vinden!     
strandherfst, winter

Spiesmelde
Atriplex prostrata

De spiesmelde dankt haar naam aan de vorm van de bladen: die zijn driehoekig tot spiesvormig. De plant groeit graag op stikstofrijke, kleiïge plaatsen. Op Schiermonnikoog zie je deze plant vaak in oude vloedlijnen op de kwelder en langs de duinrand groeien.
De vruchtjes van de spiesmelde hebben vliesjes aan de rand, waardoor de wind ze goed kan verspreiden. En mocht de groente bij de Spar op zijn: spiesmelde is prima te eten.

strand, kwelderjuli - oktober

Veenmos
Sphagnum sp.

Veenmos is een klein plantje dat in de juiste omstandigheden echter massaal kan voorkomen. Zo heeft dit plantje in de loop der eeuwen dikke veenlagen gevormd (de onderkant van de plant sterft af, maar de bovenkant groeit steeds door) die later weer door de mens zijn afgegraven (turf).
Doordat in het veenmos aanwezige stoffen een sterk conserverende werking hebben, worden bij het afgraven van veen vaak goed bewaarde delen van mensen en dieren aangetroffen die vaak duizenden jaren geleden in het veen terecht zijn gekomen.
Ook op Schiermonnikoog komt dit plantje voor. Het groeit op natte standplaatsen in de ontkalkte duinvalleien.  Het is zeer moeilijk om de verschillende soorten veenmos uit elkaar te houden.

duinengehele jaar

Visdraad
Chaetomorpha linum

Zoals de naam al doet vermoeden, lijkt dit wier nog het meest op een massa groene visdraad. De groene stengels van dit wier worden zo'n 30 cm lang en zijn niet dikker dan een halve mm. Meestal vind je een hele bos van dit wier bij elkaar, waardoor het als het ware een 'mat' van groene draden lijkt. Het groeit niet alleen op de wadbodem, maar kan ook los drijvend voorkomen. Ook op het strand spoelt het vaak aan.

strand, wadgehele jaar

Waternavel
Hydrocotyle vulgaris


De waternavel valt niet op door z'n bloemen: die zijn 1 millimeter groot en groenig van kleur. Des te opvallender zijn de bladen. Die zijn rond en hebben een doorsnee van zo'n 4 cm. Ze ontspruiten aan een op de grond liggende stengel. In het midden zit de aanhechting, waardoor het blad enige gelijkenis met een navel heeft. Zoals de naam al doet vermoeden, komt waternavel vooral in natte gebieden voor.
Op Schiermonnikoog vind je het veel in de natte duinvalleien.
duinen, Westerplasmei t/m oktober

Zandhaarmos
Polytrichum juniperinum

In deze tijd van het jaar vallen de bladmossen in de duinen goed op omdat veel andere planten bruin of verdwenen zijn. Bladmossen maken geen zaden, maar sporen.
Zo'n 500 miljoen jaar geleden waren het de eerste planten die op het land groeiden. Ze zijn dus nog ouder dan varens! Bladmossen hebben geen wortels maar nemen vocht op via hun blad en stengeldelen.
Op Schiermonnikoog komen veel bladmossoorten voor. De meeste vallen niet erg op, maar er zijn uitzonderingen. Zo groeit zandhaarmos graag in zure schraal begroeide duinvalleien. Heel mooi zijn ze bijvoorbeeld te zien in het Kapenglop, waar ook de dopheide staat. Vooral wanneer aan het einde van de winter of in het vroege voorjaar de sporenkapsels-op-steeltjes volgroeid zijn vormen ze mooie roodgeel (steeltjes) met geelbruine (sporendoosjes) plakkaten.

duinengehele jaar

Zeealsem
Artemisia maritima

Vaak staat naast de lamsoor de zeealsem, een grijze plant zonder opvallende bloemen maar mét een opvallende geur. Vroeger gebruikten eilanders de plant om ongedierte, zoals vlooien, uit huis te verjagen.

kwelderjuli - augustus

Zeekraal
Salicornia europaea

De plant is goed bestand tegen zilt water en staat daarom altijd in de buurt van de zee. De eenjarige plant sterft af aan het begin van de herfst. September en begin oktober is de goede tijd om de schitterende rode herfstkleur van zeekraal te bewonderen.

strand, kwelderjuni - september

Zeesla
Salicornia europaea

In de zomer ziet het wad op veel plaatsen groen van het zeewier. Een van de meest opvallende soorten is de Zeesla. De plant bestaat uit grote groene flappen, waarvan de voet zich hecht aan hard materiaal. Op het wad zijn dit vooral de mosselbanken. Soms slaat het zeewier los en spoelt dan aan op het strand of onderaan de waddendijk. Hier veranderen de frisgroene bladeren al snel in een grauwe massa die nog het meest lijkt op toiletpapier.  Soms kan het oude Zeesla dikke pakketten vormen.
Zeesla bevat vitamine C en wordt in diverse landen gegeten. Het afspoelen van de bladeren is echter aan te raden. Of je moet van knarsend wadzand houden. Op Schiermonnikoog is de zeesla talrijk te vinden op wad en strand. De waddendijk vormt een prachtige plek om de soort te zien.

wad, strandjuni - september

afdrukken