Planten met gele bloemen


Cipreswolfsmelk
Euphorbia cyparissias

De cipreswolfsmelk is een opvallende plant. Dat komt door de lichtgroene kleur en de smalle blaadjes die wel wat aan cipresblaadjes doen denken. De plant komt van oorsprong voor in Europa en West-Azië, maar is ingevoerd in Noord-Amerika en Japan. In ons land is het een zeldzame plant, die ook in tuinen wordt gehouden als sierplant en nogal eens verwildert.
Van nature groeit de cipreswolfsmelk in droge, matig voedselrijke bermen, langs dijken en spoordijken en op rivierduinen.  De naam wolfsmelk komt van het witte, melkachtige sap dat uit afgebroken stengels en bladen loopt. Het kan op een gevoelige huid irritatie veroorzaken. De zaden van de cipreswolfsmelk zijn voorzien van een aanhangsel dat graag door mieren wordt gegeten: een mierenbroodje. Zo worden de zaden gemakkelijk verspreid!
Op Schiermonnikoog is er een groeiplaats van de cipreswolfsmelk langs de Bergweg, bij de tennisbaan.

duinenapril - juni

Duinviooltje
Viola curtisii
In de droge duinen staan veel viooltjes: geel met lichtpaars. De zaden worden door mieren verspreid.

duinapril - oktober

Geel walstro
Galium verum

In de duinen bloeit in de zomermaanden het geel walstro. Walstro valt op door de blaadjes die in kransen rondom de stengel zitten. Aan de uiteinden van de zijtakjes zitten oneindig veel kleine bloemen. Door de zware zoete geur zijn de planten vaak al van een afstand te ruiken. Op Schiermonnikoog komen ook het glad en het moeraswalstro voor. Deze hebben beide witte bloemen. Geel walstro is daarom gemakkelijk te herkennen. Op Schiermonnikoog komt ook de zeldzame bastaard tussen geel en glad walstro voor: het geelwit walstro. Geel walstro is te vinden in bijna alle droge duinen van Schiermonnikoog. Geelwit walstro staat onder meer in de buurt van de Watertoren en bij het zwembad.

duinjuni - augustus

Goudknopje
Cotula coronopifolia

Het goudknopje is een relatief nieuwe plant voor ons land. In 1972 werden de eerste planten ontdekt in Zuid Flevoland. Sindsdien heeft de plant zich langzaam uitgebreid en komt nu ook op Schiermonnikoog voor. Ze groeit op de kwelder, op natte, liefst kale, zonnige plekken zonder hoog opgaand gras.
Het goudknopje dankt zijn naam aan de platte, cirkelronde gele bloemen aan het eind van de bloeistengel. Omdat de plant vooral op drassige open terreinen voorkomt, waar ook vaak watervogels huizen, heet de plant in Zuid-Afrika 'eendjeskweek' en 'gansgras'. Deze dieren zorgen vaak voor de verspreiding van de zaden, die ze in de modder aan hun poten meenemen.

kwelderbloeitijd: juli - oktober

Grote wederik
Lysimachia vulgaris
De grote wederik is een opvallende plant die maar op enkele plaatsen op Schiermonnikoog groeit. Langs het Minne Onnespad, aan de zuidwestrand van de Westerplas is een groeiplaats, evenals langs het Johannes de Jongpad tussen paal 7 en de Marlijn.
De bloemen staan aan het eind van de stengel in een langwerpig-driehoekige pluim. Elke bloem heeft vijf gele kroonbladen met een donkerder hart. Aan de voet van de meeldraden zitten olieklieren. De olie wordt door slobkousbijen verzameld die het, samen met stuifmeel, aan de larven voeren.
Vaak staan de planten in grote groepen bij elkaar. Dat komt doordat ze zich ook met wortelstokken vermeerderen. Ze groeien op natte, vrij voedselarme plaatsen.

Westerplas, Joh. de Jongpadbloei: juni - september

Jacobskruiskruid
Jacobaea vulgaris

Deze mooie plant groeit veel in de duinen. Hij staat graag op de wat kale plekken, zoals in stuifduinen en langs randen van paden. Het jacobskruiskruid in de duinen heeft meestal geen straalbloemen. Op andere plaatsen wel. Het is een belangrijke plant voor veel insecten: zo'n 150 soorten maken er op een of andere manier gebruik van. Heel bekend is natuurlijk de sint-jacobsvlinder, die haar eitjes op deze plant legt. Hier komen de prachtige oranje-zwart gestreepte rupsen uit, die veel planten helemaal kaal vreten. Wanneer die verpoppen zijn in het voorjaar de rood-zwarte vlinders in de duinen te zien. Jacobskruiskruid is niet geliefd bij houders van zoogdieren zoals paarden en ander vee. Wanneer die de plant binnen krijgen via hooi of kuilvoer (de levende planten mijden ze) raakt hun lever beschadigd.
duinenjuni - oktober

Klein kruiskruid
Senecio vulgaris

In elke tuin en op elke omgewoelde plek kom je het klein kruiskruid tegen. In elk onbenut hoekje, zelfs in de smalle ruimte tussen twee tegels, doet hij het. De kleine gele buisbloempjes zitten in een groen kokertje van omwindselblaadjes. De zaden hebben vruchtpluis en worden dus door de wind verspreid. Zodra de vorst uit de grond is gaat deze plant bloeien: in jaren met zachte winters vind je hem het hele jaar door! De plant heeft een gifstof in alle delen, die er voor zorgt dat hij niet wordt gegeten door zoogdieren en insecten.  
duinen, dorp, polderjanuari - december

Paardenbloem
Taraxacum officinale


De ruimte tussen twee tegels is al genoeg voor de paardenbloem. Wanneer daar een parachuutje met onderaan een zaad is neergekomen, ontwikkelt zich al snel een jonge plant.
Het bijzondere is, dat paardenbloemen zaden kunnen maken zonder dat de vrouwelijke eicel is bevrucht door een mannelijke zaadcel. Hierdoor ontstaan 'klonen', paardenbloemen met precies dezelfde eigenschappen als de plant waarvan het zaad afkomstig is.
Daarnaast kunnen paardenbloemen zich ook voortplanten op de gebruikelijke manier, waarbij stuifmeel op de stamper komt en zo genen doorgeeft.
Met een lange penwortel dringt hij diep in de bodem. Eerst groeit er een rozet van blaadjes uit de wortel. Daarna volgen in het voorjaar de bloemen.
Wanneer ze allemaal tegelijk bloeien, zoals  op de dijk, is dat een prachtig gezicht.
dorp, polder, duinenapril - mei, soms ook augustus - oktober

Pastinaak
Pastinaca sativa

Pastinaak komt oorspronkelijk uit het zuiden van Europa en is door de Romeinen meegenomen naar het noorden. Op Schiermonnikoog kom je deze door zijn gele kleur opvallende schermbloem vooral tegen in oude vloedmerken op de wat hogere delen van de kwelder. Hij houdt van een voedselrijke bodem en vochtige, liefst kalkrijke grond. Hier en daar groeit hij dan ook langs schelpenpaden.
Pastinaak wordt ook gekweekt als groente en was vóór de komst van de aardappel een belangrijk volksvoedsel. In Groot-Brittannië en Ierland is hij nog steeds populair.
kwelder, langs schelpenpadenjuli-september

Sint-janskruid
Hypericum perforatum


Het sint-janskruid dankt zijn naam aan het feit dat de plant meestal rond 24 juni, de naamdag van Johannes de Doper, in bloei staat. Oorspronkelijk was het een heidens zonnewendefeest.
Uit de plant werden diverse medicinale stoffen en verfstoffen bereid. In het blad zitten kleine oliekliertjes en op de kelk- en kroonblaadjes zitten klieren die een rode kleurstof (Hypericine) bevatten en de huid van de mens extra lichtgevoelig maken.
De plant groeit op enkele plaatsen in de duinen, o.a. langs de Prins Berhardweg en het Torenbinnenpad.
duinenjuli  t/m augustus

Speenkruid
Ranunculus ficaria

Een van de meest uitbundige voorjaarsbloeiers is het speenkruid. Speenkruid is een soort boterbloem. Dat is te zien aan de knalgele glimmende bloemblaadjes. Ook de bladeren zijn glimmend. Speenkruid heeft zijn naam te danken aan de eigenaardig gevormde wortels. Deze lijken namelijk wel wat op de tepels van een varken. De jonge blaadjes van het speenkruid zijn eetbaar en bevatten veel vitamine C. Maar later in de lente komen er steeds meer gifstoffen in de plant.
Op Schiermonnikoog is het speenkruid vooral erg veel te vinden in het dorp, zoals in de bosjes bij Herberg Rijsbergen. Ook langs de poldersloten is het speenkruid te vinden.

dorp, polderapril - mei

Teunisbloem
Oenothera erythrosepala

In de avonduren komt de tijd van de teunisbloem. Overdag zien de lichtgele bloemen er wat verlept uit. Maar zodra de schemering invalt, openen zich binnen enkele minuten nieuwe knoppen. Dit zijn de bloemen voor de nieuwe nacht. In de loop van de volgende ochtend zullen ze langzaam slap gaan hangen. Voor de bestuiving moet de teunisbloem het van nachtvlinders hebben. Deze zien in de bloem dingen die mensen niet kunnen zien: ultraviolette lijnen die hen naar het hart van de bloem leiden.
Oorspronkelijk komen teunisbloemen uit Amerika, maar ze voelen zich in Nederland goed thuis op zanderige plekken. Op Schiermonnikoog zijn ze te vinden op plekken waar het zand omgewoeld is, of waar het zand steeds in beweging is. Al jaren groeien er teunisbloemen in de buurt van het Bezoekerscentrum. Daarnaast zijn de bloemen vrij veel in de buitenste duinen te vinden.

duinjuni - augustus

Tormentil
Potentilla erecta

Veel duinvalleien en lage duinhellingen op ons eiland zijn in de zomer bedekt met een tapijt van kleine bloemen met vier gele kroonblaadjes. De bloemen staan op ragfijne steeltjes. De stengelbladen zijn smal en getand en staan met 3 of 5 bij elkaar langs de stengel. De plant heet tormentil, wat "kwelling" betekent: de wortel werd vroeger als pijnstillend middel gebruikt.
Waar tormentil groeit is de bodem meestal arm aan voedingsstoffen. Op Schiermonnikoog komt de plant algemeen voor in de duinvalleien. Tormentil groeit op zowel droge als vrij vochtige plekken.

duin, Westerplasbloei: juni - augustus

Grote wederik
Lysimachia vulgaris

De grote wederik is een opvallende plant die maar op enkele plaatsen op Schiermonnikoog groeit. Langs het Minne Onnespad, aan de zuidwestrand van de Westerplas is een groeiplaats, evenals langs het Johannes de Jongpad tussen paal 7 en de Marlijn.
De bloemen staan aan het eind van de stengel in een langwerpig-driehoekige pluim. Elke bloem heeft vijf gele kroonbladen met een donkerder hart. Aan de voet van de meeldraden zitten olieklieren. De olie wordt door slobkousbijen verzameld die het, samen met stuifmeel, aan de larven voeren.
Vaak staan de planten in grote groepen bij elkaar. Dat komt doordat ze zich ook met wortelstokken vermeerderen. Ze groeien op natte, vrij voedselarme plaatsen.

Westerplas, Joh. de Jongpadbloei: juni - september

Klein hoefblad
Tussilago farfara

Een van de eerste bloeiende planten in het voorjaar is het Klein hoefblad. Vanuit de verte lijkt de plant wel wat op een paardebloem. Van dichtbij is echter duidelijk te zien dat de plant er anders uitziet.
Het gele bloemhoofdje staat op een bruine geschubde steel en van bladeren is geen spoor te ontdekken. Pas als de plant bijna is uitgebloeid, komen er enkele grote (tot 30 centimeter) bladeren boven de grond.
Hoe vrolijk het Klein hoefblad er in het voorjaar ook uitziet, als tuinplant is het ongeschikt. Met de kruipende wortels heeft de voorjaarsbloeier snel de hele tuin in het bezit genomen. En dan is er weinig meer aan te doen: de tuinier wacht een moeizame strijd, waarvan de uitkomst ongewis is.
Op Schiermonnikoog is het Klein hoefblad niet algemeen, omdat de plant het slecht doet op zandige duingrond. In de polder is het Klein hoefblad wel te vinden. Bij de Veerdam is hij zelfs buitendijks te vinden. Dat bewijst dat de plant weinig gevoelig is voor zout.

poldermaart - april

Vertakte leeuwentand
Leontodon autumnalis

De vertakte leeuwentand is een plant die door veel mensen voor een gewone paardebloem wordt aangezien. Zijn oude naam, herfstpaardebloem, duidt hier nog op. Maar eigenlijk lijken alleen zijn gele bloemen veel op een paardebloem. De stengels zijn taaier, langer en bovendien vertakt. En bloeit dus als de gewone paardebloem al lang is uitgebloeid. De vertakte leeuwentand staat bijna overal in Nederland. De plant heeft een voorkeur voor niet al te voedselrijke grasvelden, wegbermen en gazons. Deze kan hij in augustus en september geheel geel kleuren. Op Schiermonnikoog is de plant talrijk in de duinen, bij de Bank van Banck en in de polder.

polderjuli - september


Wilde kamperfoelie
Lonicera periclymemum

Als je op een mooie zomeravond door het bos of de duinen wandelt, ruik je overal de zoete geur van bloeiende wilde kamperfoelie. Nachtvlinders komen op die geur af en eten de nectar uit de bloemen. Zo zorgen ze meteen voor de bestuiving. In de herfst krijgt de kamperfoelie trosjes met mooie rode besjes. De bessen zien er heel sappig en lekker uit, maar pas op, ze zijn giftig!
De wilde kamperfoelie is een echte klimplant: hij slingert zich als een liaan omhoog in andere planten. Aan het eind van de winter is hij een van de eerste die weer uitloopt. In februari of maart, als alle bomen en struiken nog kaal zijn, heeft de kamperfoelie alweer groene blaadjes.

bos, duinenbloei: juni-oktober

Zeealsem
Artemisia maritima

Vaak staat naast de lamsoor de zeealsem, een grijze plant zonder opvallende bloemen maar mét een opvallende geur. Vroeger gebruikten eilanders de plant om ongedierte, zoals vlooien, uit huis te verjagen.

kwelderjuli - augustus

imprimer