Fazanten, hoenders, duiven en meerkoeten

Fazant
Phasianus colchicus

De Fazant wordt soms ook wel de campinghoen genoemd. Deze bijnaam geeft aan dat het geen schuwe vogel is, die de aanwezigheid van mensen opzoekt als hij denkt dat er iets te halen valt. In 1896 werd de Fazant op Schiermonnikoog uitgezet, ten behoeve van de jacht. Sindsdien heeft de vogel zich over bijna het hele eiland uitgebreid. De toename kwam voor een deel waarschijnlijk ook door bijvoedering door jagers. Nu er nauwelijks meer op de dieren gejaagd wordt, blijft de stand stabiel. De meeste Fazanten zijn te vinden in de buurt van het dorp. Goede plekken om de vogel te zien zijn de camping, het Karrepad, Klein Zwitserland en De Monnik.

duinbroedvogelhele jaar

Holenduif
Columba oenas

In de duinen van Schiermonnikoog kom je twee soorten duiven tegen die op het eerste gezicht erg op elkaar lijken: de houtduif en de holenduif. Een belangrijk kenmerk waarmee de holenduif van de houtduif is te onderscheiden, is het ontbreken van de witte vlekken in de nek en op de vleugels. De holenduif is eigenlijk helemaal grijs van kleur, met een groenige en roze gloed op de hals en borst. Ook is de holenduif slanker dan de houtduif.
De holenduif broedt op het eiland vooral in konijnenholen. Na de broedtijd wordt de holenduif ook af en toe in de winter gezien en de soort trekt mogelijk in klein aantal door.

duinen, kwelderbroedvogel, doortrekker?februari - oktober

Turkse tortel
Streptopelia decaocto


De Turkse tortel is een duif die pas na 1900 vanuit de Balkan naar Noordwest-Europa is getrokken. Sinds 1947 broedt de soort in Nederland en de eerste melding van een broedgeval op Schiermonnikoog stamt uit 1954. Het is een echte 'cultuurvolger' en nu kom je ze het hele jaar in en om het dorp tegen, waar ze ook broeden. Het nest wordt in bomen gemaakt en bestaat enkel uit een bodem van wat takjes.

dorp, duinen, bos broedvogelgehele jaar

Waterhoen
Gallinula chloropus


Waterhoentjes zijn schuwe vogels. Ze houden zich op in het riet langs zoetwater. Goede kans om ze te zien heb je bij de ijsbaan, in de sloten van de polder en langs de Westerplas.  Ze vallen vooral op door hun witte, opwippende staart-onderkant en hun prachtig rode bles op de snavel. Ze eten vooral  plantendelen, maar ook verschillende insecten en weekdieren. Het waterhoen zoekt zijn voedsel voornamelijk langs de oevers van het water en loopt daarbij ook over het land, maar verlaat ook dan zelden de beschutting van de oeverplanten. In tegenstelling tot de meerkoet duikt het waterhoen maar weinig.
polder, Westerplas broedvogel, doortrekker, wintergastgehele jaar


Illustraties: Elseviers Gids van de Europese Vogels, 1977

imprimer