De bomen en heesters van Schiermonnikoog

Appel
Malus sp.

Het is een van de eerste bloeiende struiken in de duinen: de appel. Op Schiermonnikoog kom je overal langs de fiets- en wandelpaden verwilderde appelboompjes tegen. Hoe die daar zijn gekomen? Door een weggegooid klokhuis!
In de loop der jaren zijn sommige uitgegroeid tot flinke bomen; andere blijven klein. Wie in april door de duinen fietst kan genieten van hun prachtige wit-roze bloementooi. Vermoed wordt dat het geringe aantal konijnen van tegenwoordig ook heeft bijgedragen aan de uitbreiding van de wilde appel: vroeger aten de vele konijnen de stammen kaal waardoor de struik dood ging.
Oud-eilander Tijs Visser heeft er veel onderzoek naar gedaan en er zelfs een nieuw appelras uit gekweekt: de 'Ambro'.
Wie wil weten hoe de appels van Schiermonnikoog smaken, moet in de nazomer of herfst terugkomen: sommige bomen hangen dan vol met heerlijke (maar soms ook heeeele zure) appels!

duin april (bloesem) - herfst (vruchten)

Braam en dauwbraam
Rubus fruticosus, Rubus caesius

In de duinen van Schiermonnikoog groeien veel bramen. In het bos staat de gewone braam met zwart glimmende vruchten. In de duinen staat de kruipende dauwbraam. Dauwbramen zien er berijpt uit en zijn iets zuurder dan gewone bramen.

bos juni - september

Duindoorn
Hippophae rhamnoides

De duindoorn valt het meest op wanneer ze vrucht draagt. Knaloranje zijn de bessen, die vanaf eind augustus rijp beginnen te worden. Die bessen zijn al heel lang een belangrijke bron van vitamine C: al meer dan 1000 jaar geleden werden ze in Tibet gebruikt tegen gebrek aan eetlust, bloedend tandvlees etc.! Nog steeds wordt van (gekweekte) vruchten sap gemaakt en ook wordt er duindoornolie uit gewonnen.
Duindoorn groeit op kalkrijke plekken in de duinen. Op Schiermonnikoog zijn dat vooral de jonge, buitenste duinen. De duindoorn leeft in symbiose met een bacterie die in wortelknolletjes stikstof bindt. De duindoorn gebruikt een deel van deze voedingsstof zelf, maar er blijft ook nog stikstof over, die door andere planten kan worden gebruikt. Daardoor doen vlieren en bramen het bij duindoorns vaak goed.

duin, Westerplas bloei: april - mei;  vruchten: september - december

Egelantier
Rosa rubiginosa

In de duinen van Schiermonnikoog staan verschillende soorten wilde rozen. De meest algemene soort is de hondsroos: een forse struik met roze bloemen. Zeldzamer zijn duinroosje, viltroos, de uit tuinen overgewaaide rimpelroos en de egelantier.
De egelantier lijkt op het eerste gezicht op de hondsroos. Het belangrijkste verschil tussen beide soorten is niet te zien, maar te ruiken. Als je namelijk de blaadjes van de egelantier fijnwrijft stijgt er een aangename geur op van zoetzure appeltjes. Als je goed oplet kun  je ook aan de blaadjes van de struik zien of het een egelantier is: van boven zijn ze glimmend groen, van onderen zijn ze bedekt door klierharen. Deze klieren zorgen ook voor de bijzondere geur.
Egelantier staat op verschillende plekken in de duinen. De beste plek is het westelijk duingebied: de omgeving van de Westerplas en de Hertenbosvallei.

duin mei -juni

Fijnspar
Picea abies

Er zijn maar weinig bomen die in de winter groen blijven. Dennen en sparren wel. Ze hebben dan ook geen 'echt' blad, maar naalden.
De meeste naaldbomen op Schiermonnikoog zijn dennen, maar hier en daar vinden we ook sparren. Een spar heeft veel kortere naalden dan een den. De naalden van de spar zitten afzonderlijk aan een tak en niet twee-aan-twee, zoals bij een den. De kegels van een spar zijn cilindervormig en worden ongeveer 15 cm lang. Ze hangen naar beneden. De spar groeit vooral in Noord- en Midden Europa en het hout wordt gebruikt voor papierfabricage en als timmerhout (vuren).
Veel jonge sparren eindigen hun leven als kerstboom. Hiervoor wordt niet alleen de fijnspar gebruikt, maar ook andere sparrensoorten. Het hout bevat veel kleverige hars en daarom heet de spar in het Latijn dan ook 'Picea', wat 'pek' betekent.

bos bloei: april-mei

Grauwe wilg
Salix cinerea


Wanneer  glanzend zilvergrijze katjes aan de wilgen verschijnen is het voorjaar begonnen. Al in maart en, wanneer het weer het toestaat, zelfs al in februari, verschijnen die ook aan de takken van de grauwe wilg. 

Deze struik of kleine boom groeit vooral op vochtige plekken.
In de meeste natte duinvalleien kom je hem tegen en de oever van de Westerplas is omzoomd door grauwe wilgen. Wie goed kijkt ziet dat de ene wilg mannelijke katjes heeft met gele meeldraden en de andere vrouwelijke katjes die later de pluizige vruchten vormen.  
Westerplas, duinen maart - mei

Hulst


De hulst is een bijzondere boom. Als enige Nederlandse loofboom behoudt hij namelijk in de winter zijn bladeren. Deze bladeren zijn leerachtig, stekelig en glimmend donkergroen. Het glimmende 'waslaagje' zorgt ervoor dat de bladeren niet snel uitdrogen en bovendien moeilijker bevriezen.
De hulst is een gewilde tuinplant en is op deze manier op Schiermonnikoog terechtgekomen.
De vuurrode bessen zijn in de herfst niet in trek bij vogels. Pas aan het einde van de winter als de honger nijpend wordt, gaan vooral lijsters hulstbessen eten. Het spijsverteringsstelsel van een vogel schaadt de zaden niet.
Zo kon de plant zich via uitwerpselen verspreiden naar het bos. Hier staan nu op verschillende plaatsen hulsten.

bos juni; bessen in de winter

Iep
Ulmus hollandica

De iep is een voor Schiermonnikoog belangrijke boom. Omdat de soort vrij goed bestand is tegen zilte zeewind werden de bomen vroeger veel in het dorp aangeplant. Er was zelfs een verplichting om bij ieder huis twee iepen te planten. De bomen zorgden voor luwte en schaduw in het dorp. Iepen vallen in de winter op door de structuur van de takken, die wel wat van visgraten weg hebben. Verder is de ruwe bast met veel mossen en korstmossen opvallend. Helaas hebben de iepen op Schiermonnikoog het moeilijk. Dit komt door de iepziekte. Dit is een dodelijke schimmelziekte die door kleine kevers (iepenspintkevers) verspreid wordt. Omdat de iepziekte erg besmettelijk is, worden zieke bomen onmiddellijk gekapt. Er worden tegenwoordig iepen geplant die beter tegen de ziekte bestand zijn. Hierdoor is de iep gelukkig nog steeds een van de meest voorkomende bomen in het dorp Schiermonnikoog.

dorp bloei: maart

Klimop
Hedera helix

De klimop is een klimmende plant die zich met hechtvoetjes aan muren en bomen vasthecht. Hij heeft dikke, donkergroene, glimmende bladeren die in de winter aan de plant blijven zitten. De bloemen bloeien pas vanaf oktober. Ze bevatten veel nectar, waardoor er vaak veel insecten op zitten: het is één van de weinige bloeiende planten in deze periode van het jaar! De bessen zijn zwart en zijn pas in de lente rijp. Vogels eten de bessen en zorgen zo voor de verspreiding; voor mensen zijn ze giftig.
Vooral in en om het dorp tref je de klimop aan en ook hier en daar in het bos kom je hem tegen.

bos, dorp bloei: september-december;  vruchten: februari-april

Kruipwilg
Salix repens
In veel duinvalleien staat het dwergstruikje kruipwilg. Deze wordt zelden hoger dan 1 meter. Helaas groeien sommige valleien helemaal dicht met deze plant, waardoor andere planten verdwijnen. Door het maaien van duinvalleien wordt de plantengroei weer wat gevarieerder.

duin april - mei

Meidoorn
Crataegus sp.

De meidoorn doet zijn naam eer aan. Nadat in april de bladeren verschenen zijn, komen in mei de bloemen uit. Dit zijn er zoveel dat de struik op grote afstand helemaal wit lijkt. De bloemen verspreiden een zware, zoete geur, die van grote afstand te ruiken is. Het hele jaar door is de meidoorn belangrijk voor dieren en planten in de duinen. Op de bloemen komen veel insecten af. Het dichte struikgewas, dat bovendien voorzien is van doornen, biedt zangvogels een veilige plek om te broeden. In het najaar zijn de koraalrode bessen voedsel voor onder andere spreeuwen en lijsters. Onder de struiken zijn dan vaak paddenstoelen te vinden die graag onder meidoorns staan, zoals aardsterren. In de duinen van Schiermonnikoog is de meidoorn een zeer algemene struik.

duin, Westerplas jaarrond, bloei: mei-juni

Vlier
Sambucus nigra

Vlieren stellen geen hoge eisen aan de bodem. Zo groeien er vlieren op het Willemsduin en andere duinen op de kwelder. Ook in de buurt van het dorp kom je vlieren tegen en in de duinen rond de Westerplas staan er heel veel. Na de bloei dragen ze platte trossen met zwarte besjes. Die vinden veel zangvogels erg lekker. Vooral spreeuwen zijn er gek op en zij zorgen er zo voor dat de zaden worden verspreid.
Vaak is op vliertakken een dunne, buigzame, bruin doorschijnende paddenstoel te vinden: het judasoor. In bladen en de groene bessen van de vlier zit een giftige stof; rijpe bessen kunnen wel worden gegeten door de mens. Die maakt er sap, jam en zelfs wijn en jenever van. De bloesem kan ook worden gegeten.  

duinen bloeitijd: mei-juli;  vruchten: augustus-november

Zomereik
Quercus robur


Zomereiken hebben afgeronde, gelobde bladeren met een hele korte steel. De eikels (ook wel 'mast' genoemd) die na de bloei worden gevormd, zitten alleen of met enkele bij elkaar aan een lange steel. Vogels en zoogdieren zoals wilde zwijnen vinden ze erg lekker. Ze zijn zeer voedzaam. Vroeger werden de varkens het eikenbos ingedreven en zo 'vetgemast'. Op Schiermonnikoog kom je zomereiken vooral rond het dorp tegen.

 Eikenpage

Ook voor veel insecten is de eik een belangrijke boom. Zo leggen veel sluipwespen hun eitjes in eikenblad, waarna er een gal verschijnt.  De eikenpage is een prachtige vlinder die je rond eiken ziet vliegen.
Hij is in 2011 voor het eerst hier waargenomen.

bos, duinen gehele jaar

Zwarte den
Pinus nigra

De Eerste en Tweede Dennen op Schiermonnikoog bestaan voor het grootste deel uit bomen van de Corsicaanse den. Deze den is in het begin van de twintigste eeuw in de toen nog vrijwel kale duinen van Schiermonnikoog aangeplant, o.a. om het duin vast te leggen.
De Corsicaanse den is een ondersoort van de zwarte den en herkenbaar aan de lichtgroene, vaak gedraaide naalden. De boom stelt weinig eisen aan de bodem en is redelijk goed bestand tegen de zeewind.
Tijdens de bloei produceren de mannelijke bloemen grote hoeveelheden stuifmeel: wanneer je dan een bloeiende tak aanraakt ontsnapt er een geel wolkje!

De dennenappel is de vrucht. Tussen de schubben vind je de zaden, die voorzien zijn van een vlies, zodat de wind ze mee kan nemen en de zaden niet recht onder de boom terecht komen.  

bos, duin bloei: april - juni;  vruchten: herfst (van het tweede jaar)

Zwarte els
Alnus glutinosa

Wanneer het een zachte winter is, dan zie je dat goed aan de zwarte els: al in januari is die dan  getooid met lange katjes, die, wanneer je er een tikje tegenaan geeft, een geel wolkje stuifmeel laten waaien. Die katjes zijn de mannelijke bloemen. De vrouwelijke bloemen bevinden zich in de kleine elzenproppen. Later in het jaar worden die eerst groen en dan bruin. Ze blijven nog lang aan de boom zitten.
De zwarte els is eenhuizig, d.w.z. dat de boom zowel mannelijke als, aparte, vrouwelijke bloemen heeft. De bladeren van de zwarte els komen later tevoorschijn en zijn groot en rond tot ovaal.
Elzen groeien het liefst in een vochtige omgeving. Je komt ze op het eiland erg veel tegen in de buurt van het dorp, maar ook in veel duinvalleien en andere natte gebieden.
De els heeft veel stikstof nodig maar groeit vaak op juist stikstofarme plekken. Het zijn bacteriën die stikstof uit de lucht halen en aan de wortels afgeven, die zorgen dat de els toch op die plekken kan groeien.  
In het voorjaar zie je vaak een glimmende, zwarte kever, het elzenhaantje,  op de elzenbladeren.

bos, duin, dorp, Westerplas bloei: februari (vaak eerder) t/m april

afdrukken